Puttend uit de schaarsche gegevens, die te onzer beschikking staan, wordt hier een poging gedaan, om een schets te geven van de rampen, waardoor onze broederen getroffen zijn, van het leed, dat over hen gekomen is en van de middelen, die aangewend zijn, om het eenigermate te verzachten. Dan wenden wij onze oogen in de eerste plaats naar dat gebied, waar de Joden in dichte massa’s bij elkaar wonen, naar Rusland en die deelen van dat land, die thans door Duitschland bezet zijn, naar Polen en naar Littauen. Toen voor de zegevierende Duitsche en Oostenrijksche legers de Russen terugweken, werden de Joden binnen een zone van 50 K.M. achter het Russische front geëvacueerd, welke streek steeds meer naar het binnenste van het ‘Ansiedlungsrayon’ verschoof. Toen het aantal vluchtelingen het halve millioen overschreed, werd hun nederzetting in bepaalde deelen buiten het Russisch-Joodsch woongebied veroorloofd. Men schat het totaal aantal Joden dat van huis en haard verdreven werd op i£ millioen; alle wegen waren bezaaid met vluchtelingen, duizenden kampeerden onder den vrijen hemel, nood en ziekten eischten tallooze slachtoffers, goederentreinen vol Joden werden van oord tot oord gezonden, dikwijls mochten de ‘goederen’ niet ‘uitgeladen’ worden en de wagens bleven dan weken lang op zijsporen staan.
De cijfers, die de schrijver brengt, zijn indrukwekkend. Een gehele oorlogsliteratuur ontstond, waarvan de geciteerde catalogus honderden specimina opsomt. In Nederland was het de sociaal-democraat H. H. van Kol, die in 1919 bij J. Emmering te Amsterdam een belangrijke brochure deed verschijnen over De Joden en De Vrede. Het ‘Denkschrift des Jüdischen Sozialis-tischen Arbeiterverbandes Poale Zion’, onder de titel Die Juden im Weltkriefl gericht ‘an das Internationale Sozialistische Bureau’, verscheen in Den Haag, dat toentertijd door de oorlogsomstandigheden een internationaal centrum was geworden van Joodse activiteiten. Er moest wat gebeuren, dat wilde ieder - Jood en niet-Jood.
Reeds was op 2 november 1917 de Balfour-Verklaring verschenen, waarmee de Zionistische beweging de eerste periode van haar politieke werkzaamheden afsloot. Een nieuwe fase scheen aanstaande. Messiaanse stemmingen beheersten het denkende deel van het Joodse Volk ook in West-Europa. Joodse eisen voor de komende vrede werden geformuleerd door de Joodse Congresdemonstratie, die op 17 februari 1918 werd gehouden in het Concertgebouw te Amsterdam, waar referaten werden uitgesproken door figuren van alle richtingen en schakeringen als Jacobus H. Kann, een der eerste Nederlandse Zionisten, Opperrabbijn A. S. Onderwijzer, H. I. Kisch en
171