ben de betoogen van Dr. Aletrino meermalen niet meer wetenschappelijke waarde dan eene overeenkomst geldswaarde heeft, waarbij iemand ‘iets’ wordt toegezegd.
Prof. Heymans heeft tegen het woordgebruik van Dr. Aletrino dezelfde bezwaren: ‘Het laat zich vermoeden, dat de heer Aletrino, waar hij telkens weer den mensch en den misdadiger voor absoluut ontoerekenbaar verklaart, aan dat woord een anderen zin verbindt dan wij in het voorgaande, in overeenstemming met etymologie en spraakgebruik hebben gedaan. Maar het is niet gemakkelijk dien zin op te sporen, en ik geloof ook niet, dat het altijd dezelfde is.’
Inderdaad: wanneer Dr. Aletrino schrijft: ‘Het individu is ontoerekenbaar, totaal ontoerekenbaar’ dan zou wellicht een niet geheel ervaren lezer kunnen denken dat de geleerde schrijver het politie-toezicht en de strafrechtspraak wilde doen eindigen. En wanneer Dr. Aletrino na de toerekenbaarheid te hebben verworpen, uitdrukkelijk verklaart ’s menschen verantwoordelijkheid voor zijne daden te willen handhaven, dan is het niet gemakkelijk de Waardevolle eenheid in deze twee schijnbaar geheel tegenstrijdige uitspraken te vinden.
Gelijk de tegenstelling daar staat heeft zij eigenlijk geenen Zin. Wie het geheele verschijnsel der Toerekening ontkent (wat trouwens evenmin of evenzeer mogelijk is als het Leven te ontkennen) kan het verschijnsel der Verantwoording niet handhaven. Want er wordt alleen ‘aangesproken’, dat wil zeggen ‘verantwoording gevraagd’ met de bedoeling ‘toe te rekenen’. Doch de Bedoeling van de tegenstelling is eene andere. Dr. Aletrino verstaat ditmaal onder ‘toerekening’ slechts de ‘zedelijke toerekening’ en onder ‘verantwoording’ slechts de ‘maatschappelijke verantwoording’ en de Bedoeling van zijne tegenstelling is dus deze: ‘dat wie de rechtmatigheid van het zedelijk oordeel loochent daarmede nog niet ontkent de mogelijkheid en de rechtmatigheid van een strafstelsel gegrond op de gedachte van verdediging tegen maatschappelijk gevaarlijke personen.’
En, gelijk wij te voren reeds zagen, de eenigszins tartende uiting: ‘Het individu is ontoerekenbaar, totaal ontoerekenbaar’ wil in Waardevolle woorden vertaald niet anders zeggen dan dat Dr. Aletrino het zedelijk oordeel niet van waarde acht, of althans, dat hij het niet redelijk kan rechtvaardigen.
Dit laatste is waarlijk niet een wonder. Het verschijnsel van het zedelijk oordeelen in het algemeen en ieder zedelijk oordeel in het bijzonder kunnen niet redelijk worden gerechtvaardigd. Evenmin als het verschijnsel van het redelijk oordeelen in het algemeen en ieder redelijk oordeel in het
164