bijzonder zedelijk kunnen worden gerechtvaardigd. Een dief te verachten is evenmin redelijk als onredelijk. En de stelling van Pythagoras is evenmin zedelijk als onzedelijk. Er is geene wetenschappelijke moraal en geene zedelijke wetenschap.
Sam kreeg het boek net niet meer onder ogen; hij was in januari 1916 gestorven. Op 19-1-1916 schrijft Jacob Israël aan Van Eeden:
Beste Van Eeden, ellendig van Sam! Of gelukkig voor Sam! Wie zal het weten. Ik voel mij gebroken; hij was altijd bang voor de Dood. Wat zie ik je bitter weinig. En ik heb je nu juist zoo noodig. Ik hoop, dat de dissertatie je genoegen doet. Ik geloof niet, dat men mij het cum laude onthouden zal. Ik heb er toch ook wel recht op en ik reken er op.
Groet allen zeer hartelijk van mij; tot spoedig wederzien,
Joop.
De significa hadden hem dan misschien een helder inzicht verschaft in de betrekkelijkheid en de eindigheid van ons uitdrukkingsvermogen, zij hadden hem niet kunnen beschermen tegen de duivels van weleer. Met het proefschrift had de Pijpelijntjes-affaire zich - zij het op een geheel ander niveau en in een onherkenbare vorm - wederom gemanifesteerd in dit leven. Dit ongelukkige leven, dat even veranderlijk schijnt als de aspecten van zijn correspondenties, die ons vaker voor het probleem stellen of deze brief en dat epistel konden geboren worden uit éénzelfde brein.
Zijn onrust stuwde hem voort en in die onrust zijn intuïtionistische woorden, die onophoudelijk opwelden uit de altijd borrelende bron.
Zijn bittere ontgoocheling zocht speelse taalvormen en spitse wendingen. Alliteraties drongen zich naar voren...
Pijpelijntjes, Pathologieën, Pajtan-Poëet,
Proefschrift, Privaat-docent, Professoraat.
Wat nul Hij liet zich voortdrijven, daarstraks zelfs in letterlijke zin op de boot naar... Palestina.
Klonken de beide zinsneden in zijn brief aan Verwey niet onheilspellend: “In het strafrechts-hoogleeraarschap is voorzien. U begrijpt hoe zeer de beslissende gebeurtenissen in Palestina ons aangrijpen!”
Hier was geen ‘gegrepene’ aan het woord, maar een ‘gedrevene’.
‘Die te Amsterdam vaak zei Jeruzalem En naar Jeruzalem gedreven kwam...’
165