De zoon van een gazzen

Titel
De zoon van een gazzen

Jaar
1967

Pagina's
414



‘Er is één innigever tedering. De Oorlog vernielt de Volken. Maar de Enkelen bouwen het neergeslagen Leven weder in zijne kleinste cellen op. De Dichters, wijsgeeren en wetenschappelijke werkers hebben hunnen stillen, gestadigen arbeid deels nooit afgebroken, deels weder hervat. Het Individu lijkt nu niets. De Staat lijkt alles. Maar na den Oorlog: wij zullen geene sterke Staten verlangen. Maar wel: sterke Personen. En: sterke Geestelijke Gemeenschappen. In de Dichtkunst: ‘Het Lied, het Lied, alleen het lyrisch Lied’. In de Wijsbegeerte: het Ik-probleem. In de Verstandhouding: vertedering en eerbied voor het Individu. In de crimineele aetiologie: de biografische methode. In de strafrechts-politiek: geene zedelijke vergelding, die niet der Menschen is. Maar opvoeding, maatschappelijke re-classeering. En ook deze met vertedering en eerbied voor ieders individualiteit. Iedere opvoeding is vernietiging en versterking van persoonlijkheid beide. In het strafrecht: niet meer vernietiging dan de maatschappelijke verstandhouding strikt eischt. En versterking, niet door mechanischen steun van buiten. Maar door organische groei van binnen.’

Maar na alle abstracte beschouwingen, op pagina 192 de woede-uitbarsting jegens de man, die hij haat:

‘Zoo is ook het Strafrecht niet entiteit op zich-zelf. Maar deel van het Recht. En kan alleen worden onderzocht en uitgebouwd in verband met de andere gedeelten en met het geheel.

Zoo is ook het Recht niet entiteit op zich-zelf. Maar deel van de Verstandhouding. En kan alleen worden onderzocht en uitgebouwd in verband met de andere gedeelten en met het geheel.

Hieruit volgt, dat de rechts-taak van de Universiteit niet is het afleveren van trucjes-juristen, dat zijn: trucjes-rechters en trucjes-advocaten. Maar dit: aan de Universiteit komen de studenten, wanneer hunne jongensjaren geëindigd zijn en de jaren van hunne krachtige manschap beginnen. Hunne eerste driften zijn stil geworden. Hunne persoonlijkheid vormt zich. Het Academisch onderwijs moet zijn voor den geest, wat zon en regen zijn voor de bloesems, die vrucht worden. De bloesem wordt een gave, rijpe vrucht naar zijn eigen aard. Maar de zon en de regen voeden hem. Het is niet in de eerste plaats de vraag, wat de studenten aan de Universiteit leeren. Maar wel, wat de studenten aan de Universiteit worden. De examens moeten niet zijn: pijnlijke onderzoekingen naar feitelijke kennis. Maar wel een onderzoek naar de rechts-kracht van den candidaat. Hij zal ook feiten moeten kennen. Vele feiten misschien. Maar niet als steenen van een wan-

159

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.