Zeer waarde Heer Verwey, hierbij zend ik u twee kleine bijdragen voor De Beweging.
Het was wellicht het beste, wanneer u de actueele bijdrage P-P. (= Piloty-Piloty) zoudt plaatsen in het volgend nummer. En het gedicht samen met de andere Joodsche Liederen.
In het strafrechts-hoogleeraarschap is voorzien.
U begrijpt hoe zeer de beslissende gebeurtenissen in Palestina ons aangrijpen!
In haast, als steeds hartelijk de uwe,
dH.Twee dagen eerder, op 9 november was in de plaats van Jacob Israëls leermeester en vriend, Gerard Anton van Hamel, benoemd tot hoogleraar in het Strafrecht en de Strafvordering Bernardus Maria Taverne, die eerder een positie had bekleed als officier bij de administratie der Marine en die later onder meer rechter was geweest in Rotterdam en Amsterdam.
De teleurgestelde nam op geheel eigen wijze wraak, door de nieuwe professor persoonlijk geluk te wensen met zijn benoeming, aan zijn felicitatie toevoegende: ‘Zo de faculteit in U geen ervaren jurist moge bezitten, dan toch in elk geval een bevaren.’
In zulke woordspelingen was hij een zoon van zijn vader. Had hij omstreeks dezelfde tijd niet in het universitaire milieu gezegd tot een oudere dame, die prat ging op haar vele aanbidders: ‘Waren dat blagen, mevrouw, of is dat blagueV
En dit waren nog alleen maar grapjes, hoe scherp ook gemikt. Hij was rabiaat, deze Jacob Israël en hij werd wild in de stijl van 1900, hinderlijk plagerig en vol rancunes en sadisme. Binnen het kader van de universiteit nam hij zijn repetenten tegen Taverne in. Onverbloemd en schaamteloos. Bij examina verscheen hij als toehoorder en maakte door grimassen de examinerende hoogleraar onzeker. Men wilde hem de toegang ontzeggen en ontketende op deze wijze relletjes voor de deur van de Senaatskamer. Want ook in de gangen van het oude gebouw aan de Oudemanshuispoort week de wijsgeer-dichter niet.
Buiten de Poort vond hij in het septembernummer van De Beweging (1918) plaats voor een artikel, recht op de man Taverne af. Wie zou het op eerste gezicht zoeken achter de stijlvolle titel: Hollandsche crimineele politiek (Het Rijksopvoedingsgesticht voor meisjes), door Mr. Jacob Israël de Haan. Het begint zo fraai:
158