De zoon van een gazzen

Titel
De zoon van een gazzen

Jaar
1967

Pagina's
414



af! In 1909 verscheen zijn eerste publicatie daarover (Weekblad van het Reeht 8925). In het Handelsblad van 6 juli 1919 is hij er nóg mee bezig...

Er kwam daar nog bij, dat zijn strijd vóór de logische vervolmaking van de taal en tégen de uitbanning van haar veelzinnigheid zo weinig strookte met zijn dichterlijk wezen. Hoe koesterde hij - de dichter van het heilige - juist de dubbelzinnigheid. Hoe zou zijn religieuze wedergeboorte hem - minnaar van magische uitdrukkingssymbolen - drijven naar de hartstocht voor bovenzinnelijke woorden, sleutelwoorden, magische ‘tekens’, getallen zelfs, die hem - naar het voorbeeld van Joodse mystici - het wezen moesten openbaren van Gods diepste geheim. ‘Door het gebruiken van letters voor cijfers heeft ieder Hebreeuwsch woord naast de gangbare beteekenis eene geheimzinnige waarde en verwantschap met andere woorden van bepaalde getallenwaarde. Vandaar een aantal moeilijk-verstaanbare plaatsen in He-breeuwsche Liederen en Gebeden’.

Was de loutering van het woord eigenlijk wel zijn grote ideaal, of wilde hij - stout spelend met schone letters - bij uitstek verhullen wat hem bewoog!

‘Maar lees de woorden van mijn liedren niet.

Lees het onleesbare achter woorden.

Dan zult gij weten, wat mij wreed bekoorde,

Wat mij verlokte en toen verliet.’

Wij laten het nog even in het midden.

De jonge doctor uit het jaar 1916 stond wederom aan een begin. Nu niet alleen als dichter van het Joodse Lied in De Beweging, maar tevens als een gevierd man in wetenschappelijke kringen. Hij begon er plezier in te krijgen; een professoraat zweefde hem voor ogen. In zijn provinciaals-Joodse kleinburgerlijke levensbeeld scheen deze laatste sociaal-intellectuele erkenning wel het hoogst bereikbare. Speelde hij zelf niet graag met het grapje van de Amsterdams-Joodse moeder, die, gevraagd naar de studierichting van haar knappe jongen, had geantwoord: ‘Die studeert voor professor...’ Hoe ging zijn zuster Carry vroeger en later niet gebukt onder de miskenning van de zijde der academische vakgeleerden, die - zoveel middelmatiger dan zij - in de wereld het aanzien genoten, dat aan de begeerde titel zo maar zonder slag of stoot verbonden was. Hoe hadden zij en hij, de kinderen van een mediene-rebbe, moeten vechten voor eenb estaan en voor het verwerven van kennis.

De dissertatie houdt hem vooral in de tweede helft van 1915 in spanning. Een brief aan Verwey (5-12-1915):

153

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.