De zoon van een gazzen

Titel
De zoon van een gazzen

Jaar
1967

Pagina's
414



punt, dat beweegt. De natuurkundigen zijn gekomen tot de relativiteit van beweging, rust, ruimte, tijd. De taalkundigen zullen moeten komen tot de relativiteit van alle woorden en van alle beteekenissen. Dat is: tot het inzicht, dat geene absolute waarheid zich met relatieve woorden uitzeggen laat. Ook deze niet. Bovendien: ieder woord is sinds zijn ontstaan slechts een eindig aantal malen gebruikt. Ook daarom kan de oneindige werkelijkheid niet worden uitgesproken.

Wij weten meer dan wij in woorden kunnen zeggen. En juist dat meerdere is het persoonlijke, het fijnere. Daarom proeft de wijnkooper de wijn. Wat hij heeft geproefd herkent hij, maar hij kan het niet zeggen in woorden. Het persoonlijk geheugen bevat meer dan zich zeggen laat in de Taal, die men het geheugen van de Menschheid zou kunnen noemen.

En bovendien: het Recht wel, maar de wijn niet, is een geestelijk verschijnsel. En toch kunnen wij ook over het geestelijk Recht slechts spreken in spraakbeelden van stoffelijke oerbeteekenis. De taal, die zich zelve heeft gematerialiseerd, heeft ook het Recht gematerialiseerd. Denkt aan uitdrukkingen als: ‘een recht hebben’, ‘verkrijgen’, ‘verliezen’, ‘overdragen’. Daarin wordt het recht behandeld als een voorwerp en niet als eene verhouding. Een rechtstaal, die een recht zuiver behandelt als eene verhouding, zou het Recht bevrijden uit zijne materialisatie. De bovengenoemde spraakbeelden kunnen wij niet meer missen. Maar wij kunnen ze evenmin goed gebruiken. En het is goed, dat wij ons daarop bezinnen, iedere maal, dat wij ze gebruiken.

Een hooggestemde verwachting gaat door zulke beschouwingen van Jacob Israël de Haan en zijn geleerde vrienden. Wij leven midden in de Eerste Wereldoorlog, die de redeloosheid van de botsing der vijandige volkeren afschuwelijk demonstreert. Zou er niet een taal gevonden kunnen worden die de mensen elkander doet begrijpen! Zuiverheid van woordgebruik werd tot een wijsgerig ideaal van dichters, juristen, mathematici. Vooral de laatsten (L. E. J. Brouwer en G. Mannoury) spraken door hun abstracte mathematische redeneringen tot de dichter van het Joodse Lied, die door hen werd gewaardeerd. Professor Mannoury schreef ons (4-12-1947):

Ik stel voorop, dat ik De Haan, mèt van Eeden en Brouwer als tot de eigenlijke baanbrekers op dit m.i. voor de kultuurhistorie van onze tijd zo betekenisvolle gebied behorend beschouw. En dat wel in hoofdzaak in tweeërlei opzicht: ten eerste wat betreft de grote, maar toch geenszins allesoverheersende invloed van het woord-woord associatienet op de gedachtegang

151

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.