De zoon van een gazzen

Titel
De zoon van een gazzen

Jaar
1967

Pagina's
414



Persoonlijke problematiek dreef hem naar de kern van een vakstudie, die het inzicht in eigen kronkelpaden moest verhelderen. Om een hoogst eigenaardig leven concentreerde zich aldus reeds spoedig een studierichting, die werd uitgebuit en uitgebouwd met het enige doel de maatschappelijke en juridische grenzen van eigen driften en daden te leren kennen. In zijn polemiek met Mr. de Roos spreekt hij onverholen over de sociale status der homoseksuelen, die hij intens bestudeert. In De Bode, het orgaan van de Bond voor Nederlandsche Onderwijzers publiceert hij tezelfdertijd (1910) over School, jeugd en misdaad. Hij, de zo kort geleden om zijn geschriften ontslagene, de outcast der onderwijzers, die in bewogen vergaderingen was weggehoond. Zijn studie zou hem - op ander en neutraler niveau dan in zijn polemiek met Tak - ‘recht’ geven op zijn plaats in de wereld. Zo dreef hem het wezen van zijn persoonlijke moeilijkheden in de richting van zijn talloze beschouwingen over criminaliteit. De publikatie van Mr. J. R. B. de Roos in het “Monatschrift für Kriminalpsychologie” was slechts aanleiding om zich in het Tijdschrift voor Strafrecht zeer uitvoerig uit te spreken over de waarde van de criminele statistiek. ‘Zoals een kristal zich vormt rondom een vreemd lichaam, zo heeft zich mijn opstel rondom het opstel van Mr. de Roos gekristalliseerd’. Jaren lang hield het hem bezig (Weekblad van het Recht, 9032,9178,9489, 9545,955i, 9783).

Nu was hij op weg de juridische verlosser der gevangenen te worden, die -als zijn vriend Sam Aletrino - opkwam voor de emancipatie der geknech-ten, die hij - een der hunnen - toch zoveel beter moest begrijpen. Daarom ook was hij naar Rusland gegaan, als een soort Messias. Hoe genoot hij van onderzoekingen naar tuchtscholen en gevangenissen! (Tuchtschool te Velsen). Over de drempel ervan confronteerde hij zich met eigen diepste begeerten. ‘Teder’ bezong hij de Russische gekooiden:

O, Knaap in ’t stijgen van uw vlucht gevangen Als vogel en gekooid in nauw verblijf,

Hoe langt naar vrijheid uw machtloos verlangen,

Hoe kwelt angst voor wat u wacht ziel en lijf.

En toen ik kwam (gij waart zoolang alleen)

En toen mijn oogen in uw oogen blonken Werden als gloeiend goud aan goud geklonken Die macht noch man scheidt onze zielen één.

145

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.