De zoon van een gazzen

Titel
De zoon van een gazzen

Jaar
1967

Pagina's
414



Dat gevoel ik in mijn werk ook, hoe geen twee menschen hetzelfde woord in gelijke beteekenis gebruiken. En juist die diepere woorden hebben daar het meeste van te lijden. Maar wat algemeen verstaan wordt onder: ‘vrije wil’, dat is toch goed genoeg bekend. Ik vrees ook, dat het onderwerp te zwaar zal zijn voor mijne krachten; ik wil van mijn werk geen compilatiewerk maken. Ja, het is meer nog een psycho-physiologisch dan een rechtskundig vraagstuk. Dat is juist het verbijsterende in de wetenschap: in ’t begin lijkt alles kant en klaar. Maar hoe verder men komt, dan wordt alles duister. De kleine kwesties zijn klaar genoeg. Hoe een cel hygiënisch moet worden ingericht, dat is nog wel te weten, maar hoe de staat aan het recht van celstraf komt, dat is duister. Daarom: in de enkele wetenschap zit geen kracht. Daarbij behoort een sterk vertrouwen.

Hoe positief het geluid in een brief van 4 september 1909:

Beste vriend Van Eeden, al lang had ik je willen schrijven, maar ik had zoo een onrustig en beweeglijk leven, dan komt schrijven er niet van. Ja: ik maak eene dissertatie. Ik maak haar over ‘strafrechtelijke aansprakelijkheid’. Een groot onderwerp. Maar ik heb tijd. Geld, dat ik noodig heb, verdien ik met repeteeren, vertalen, schrijven enz. Zoo gaarne had ik je over die dissertatie eens gesproken. Ik heb in de tien jaren, dat wij elkander kennen, reeds veel doorgemaakt, maar mijn vertrouwen op jou is altijd sterker geworden. Ik ben je veel dank verschuldigd en het doet mij leed, dat ik niet anders doen kan dan dit zeggen. Met verbazing en bewondering heb ik je fragment uit de Nachtbruid gelezen. Ook met ontsteltenis en met verwarring. Welke grove tijden zijn toch de onze, dat dit stuk niet overal is bewonderd en diep gevoeld. Wat je daarin schrijft over de geringe waarde van onze rede, daarover spraken wij eens, twee en een half jaar geleden op eene wandeling naar Blaricum.

Eenige weken geleden, toen mijne vrouw en ik naar Hilversum fietsten, zijn we bij je afgestapt. Maar je was er dien dag niet. Ik zag den kleinen Hu-go en vond hem lief. Mijn zuster heeft ook zoo eenen kleinen jongen, maar niet blond.

Hier is het nu een drukke tijd, want eene zuster van Hans logeert bij ons met hare drie kindertjes en eene kinderjuffrouw. Ik ben rustig en stil. Maak wederom verzen. Ik zie je al zacht honend lachen. De Gids plaatste er deze maand een. Nu bulder je. Verwey accepteerde er vier voor De Beweging. Nu kijk je weer wat vriendelijker. Ik wil zo graag eens met je praten voor je naar America gaat. Zal ik eens naar Bussum komen. Of vind ik je eens in Amsterdam 1

125

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.