De zoon van een gazzen

Titel
De zoon van een gazzen

Jaar
1967

Pagina's
414



De Rasgeest die hem zijn verzen ingeeft, is niet de hoogste en heiligste der menschheid. Het is niet het Eene Weezen, waarin de gansche mensch-be-volking deezer planeet haar eenheid vindt. Maar Hij is hooger en heiliger dan de geest van één Europeesche natie. En daarom is het dat deeze jood-sche dichter met sterke stem, deeze naties allen kan toespreeken als een machthebbende. Hij spreekt met een ernst, een woord-geweld, een klassieke kracht, waar teegen geen enkel nationaal dichter in Europa is opgewassen.

Jacob Israël is nooit rhetorisch, veel minder nog dan Verwey, en toch spreekt hij met de strenge hoogheid, waarnaar rhetoriek vruchteloos streeft, en die ze in holle galmen nabootst.

Klanken van zulk een waereld-beteekenis, zoozeer standhoudend in den grooten, wilden tijd van beroering, zijn in ons land sints Vondel niet gehoord.’

Zover was het nog lang niet in die eerste jaren van hun contact, de periode nog vóór het begin van deze eeuw. Van Eeden had reeds enige jaren de maatschappij ontdekt en woonde op Walden. De wereld van die dagen zag er nogal chaotisch uit. Wat zouden de komende honderd jaren brengen? Het moderne imperialisme vond zijn neerslag in de grote Boerenoorlog, die hier te lande het leeuwenaandeel der publieke opinie opeiste. Het brandende sociale vraagstuk kwam aandacht vragen; de S.D.A.P. - in 1894 opgericht - beleefde zijn romantische jaren, die in zekere zin tot 1903 zouden duren. De gevoelige, zoekende en tastende letterkundige - eenmaal Tachtiger - scheen wel door het lot uitverkozen om door de losgeslagen zoon van de Zaanse gazzen te worden aangeklampt:

Haarlem, 24 October 1899

Beste Mijnheer!

Ik ben blij, dat ik u weer eens schrijven kan, want ik ben in den laatsten tijd niet zoo heel wel, en ik kan niet goed schrijven. Maar ik ga niet naar den dokter, omdat die zoo’n onnoodige omhaal maakt, ’t Verwondert mij een beetje, dat u niet een briefje heeft geschreven, maar u zal ’t wel misschien druk hebben. Ik zou graag nu Engelsch kennen, om de Anglo Dutchman te lezen, maar ik lees tegenwoordig al Engelsch nieuws genoeg, 1500 boeren dood, goed, ik geloof ’t niet. Nu weer 500. Van wie krijgen de Engelschen dat zoo. Ik wou, dat ze ’t gladweg verloren. U ook. De Engelsche dames op Walden zullen dit niet willen, dat is logisch, maar die hebben nogal niets

121

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.