De zoon van een gazzen

Titel
De zoon van een gazzen

Jaar
1967

Pagina's
414



Amsterdam 27 Palestrinastraat

Beste mijnheer Albert Verwey, ik behoef u zeker niet te zeggen dat ik zeer verheugd was over de plaatsing van mijne gedichten in de Beweging. U weet, dat ik u altijd heb gewaardeerd en uw tijdschrift ook. Laudari a lauda-tis lijkt mij het beste. Men wordt het liefst gewaardeerd door hen, die men zelf ook waardeert. Ik zou u willen vragen of u ook inliggend gedicht nog plaatsen wilt. Dat ik het u niet gelijk met de anderen zond, kwam, doordat ik het met mijzelven nog niet over de definitieve redactie van enkele regels eens was. U behoeft mij over dit enkele gedicht niet te schrijven: ik zie het wel als ik de drukproef krijg. U maakt zeker zelf de inhoudsopgave! Wilt u dan mijn naam daarop zetten voluit, niet de enkele voorletters! Het zal Gi-sa Ritschl zeker verheugen, dat gedichten van mij in de Beweging komen.

Even een typische reactie van angst:

Nu iets, dat ik u eigenlijk niet schrijven mag, maar dat ik toch niet laten kan. Vanmorgen vertelde mij een letterkundige, dat hij van den directeur van den Amsterdamschen boekhandel had gehoord, dat de Beweging na 1 Januari niet meer verschijnen zou. Is dat waar! U begrijpt, hoezeer ik dat betreuren zou.

Maar ook de zege op het leven is aanstaande:

Ik heb in Juli mijn doctoraal rechten gedaan en werk nu aan eene dissertatie over strafrechtelijke Aansprakelijkheid. Maar mijne gezondheid is slecht, zeer slecht. Ik voel mij altijd bedreigd. Met beste groeten de uwe

Jacob Israël de Haan

Zo wekte Verwey het Joodse dichterschap van Jacob Israël de Haan. Zijn aesthetisch normbesef vormde een fase in de Tesjoewa van de zoon van de Zaanse gazzen. Als in 1914 de Libertijnsche Liederen verschijnen, kan de redacteur van De Beweging de verschijning van Het Joodsche Lied bijna niet afwachten en hij opent de recensie met de ongeduldige woorden: ‘Binnenkort zullen we, in een bundel Joodsche Liederen, Jacob Israël de Haan als dichter van het Zionisme kunnen waarnemen. Als zoodanig heeft hij ons altijd het meest geboeid en heeft hij zich onder zijn tijdgenooten een plaats veroverd.’ Een plaats veroverd, door zijn toedoen.

Kostbaar deze verworvenheid voor Jacob Israël de Haan, met beide voornamen voluit. De angst bekruipt hem voor de duivels, die hem willen bespringen.

115

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.