Beste mijnheer Verwey, dank voor uw brief en voor uw verzoek: ‘het ga u wel’. Zoo ver is het nog wel niet, maar: ‘espérons toujours.’
Wat is het toch, dat mij zoo doet verlangen naar eene plaats in uw tijdschrift, terwijl ik in andere tijdschriften toch genoeg plaats vinden kan? Is uwe weinige of niet voldoende waardeering van mijn werk, mijn slecht geweten? Ik las daarover bij De Gourmont dit zinnetje: (Epilogues, dialogues des amateurs bldz. 71) ‘le silence des gens de goüt sert de conscience aux mauvais écrivains et les tourmente le reste de leur vie’.
Nu, ik mag u later een vreemd gedicht zenden. Ik hoor allegaar dolle geluiden.
Het ga u wel, de uwe
Jacob Israël de Haan.
De Haan blijft doorgaan met het zenden van wat hij belangrijk vindt; Verwey blijft weigeren:
Waarde Heer de Haan,
Hierbij uw ‘Fragmenten’ die ik tot mijn leedwezen niet kan aannemen. Ik kan mij denken dat dergelijke kleine gegevens, in een aangenomen kalmte afgewerkt, belangrijk of aangrijpend zijn.
Er zou dan op passen wat u van Tjechof zegt, dat zijn woorden eigenlijk zonder ontroering zijn, en nochtans ontroeren. Uw stukjes ontroeren ook enigszins, maar zwak en zij hebben niet het vanzelfsche dat u in Tjechof prijst. Het ga u wel. Vriendelijk gegroet
Albert Verwey
Wel is de nuance iets welwillender geworden. Altijd houdt het positieve klopje op de schouder de hoop gaande.
De omstandigheid dat, en de toon, waarin Albert Verwey deze man altijd heeft geantwoord en blijft antwoorden, imponeert door alle stadia der correspondentie. Nergens blijkt ook maar iets van geïrriteerdheid van de zijde van de grote literator. Geen ongeduld, geen zweem van hoogmoed wordt voelbaar tussen de regels, die - naar het oude Joodse woord - het hart bereiken, omdat ze uit het hart tevoorschijn komen. Er blijft afstand, maar in het verticale vlak. De afstand tussen leerling en meester.
De koele epistels van Van Deyssel en Kloos hadden de subtiele, jonge auteur alleen maar gekwetst. Goed, dat was grotendeels zijn eigen schuld geweest. Maar wie rekent met redelijkheden als de omstandigheden zo ver-nj