den. Is het vernederend! Nu goed, dan is het toch mijne vernedering. Is het de hunne! Wie mij nu niet meer wenscht te kennen, die kenne mij niet. Het is goed. Ik ben zeer zenuwziek, en heb rust noodig. Maar dat kan niet wegens de kosten, en nu moet het maar. Ziet u, ik wenschte wel, dat ik wijzer was, dan kon ik beter in het leven schikken. Of ik wenschte, dat ik wat gekker was, dan kon ik ergens rustig verpleegd worden.
Maar hierin vindt ge, mijnheer Verwey, twee kleine stukjes proza, die noem ik ‘fijne fragmenten’. En vindt ge die goed genoeg voor uw tijdschrift : ‘De Beweging’. Dat zou ik prettig vinden.
Het zou kunnen, maar ik geloof het niet, dat ik later eens even graag bij u op Noordwijk kwame. Natuurlijk Zondags. Als ik dat voor mijn leven noodig vind, is het dan Albert Verwey ook goed! Maar het zal niet noodig zijn. Ziet ge Gisa wel eens? Goeie Gisa, ik verlang vaak naar haar. Het leven is moeie-lijk, en we zijn al te arme menschen. Zoo ben ik met vriendschap en achting uw dienstwillige
Jacob Israël de Haan
Woont gij nog op Villa Nova met zooveel kinderen?
Albert Verwey antwoordt:
Noordwijk a/zee
23 Aug. '05.
Waarde Jacob de Haan,
De stukjes vallen niet in het kader van De Beweging, zijn ook als tijd-schrift-bijdragen, naar mijn meening, niet belangrijk genoeg. Ik heb den tegenslag, en de verwikkelingen waarin ge geraakt zijt, in Het Volk en in uwe brochure gelezen. Ziehier mijn kijk op de zaak: Gij hebt u de weelde veroorloofd, niet alleen in een boek, maar doorloopend, alles wat in u omging uit te spreken. Menschen die dit doen, kunnen er zeker van zijn dat de maatschappij hun op de een of andere wijze dit betaald zal zetten. De maatschappij moet dat wel. Zij is uit zelfbehoud wel genoodzaakt den eenling, die zich vrijmaakt van haar afspraken, klein te krijgen. U heeft zich uit Het Volk en in de Rijksverzekeringsbank gezet, en ge moogt nog van geluk spreken, dat deze is een saai maar goed werk, en voedsel geeft. De personen die in uw geval betrokken zijn, waren dat niet met eenig opzet - voor zoover ik kan nagaan, tegen u. Integendeel schijnen de menschen u meestal goed-gezind te zijn. Maar zij hebben gedaan wat de samenleving - iedere samenleving; ook de S.D.A.P. is er een - van hen eischte, al liet zich dat niet altijd met zooveel woorden uitspreken.
Als ge u daarvan doordringt, zult ge
109