De volkeren die dit belangrijke gebied bewonen, hebben na Wereldoorlog II dikwijls van zich doen spreken. Het opkomende Aziatische (en Afrikaanse) nationalisme was daaraan niet vreemd. In de Arabische Liga zijn thans Egypte, Syrië, Irak, Transjordanië en Saoedi-Arabië verenigd. Deze Liga werd een feit op 22 maart 1945, toen de premiers en ministers van buitenlandse zaken van Egypte, Syrië, Irak, Transjordanië en Saoedi-Arabië te Cairo een handvest ondertekenden. Dit week in zoverre af van het protocol van Alexandrië, dat het met nog meer nadruk wees op de onafhankelijkheid en souvereiniteit van de leden-staten.
Als doel wordt door het handvest aangegeven (art. II): de versterking van de banden tussen de deelnemende staten, werkelijke samenwerking bij de bescherming van hun onafhankelijkheid en souvereiniteit en nauwe samenwerking op de volgende gebieden: 1) economische en financiële aangelegenheden, 2) verkeer, 3) culturele aangelegenheden, 4) kwesties betreffende nationaliteit, paspoorten, uitlevering misdadigers, etc., 5) sociale kwesties, 6) volksgezondheid. Tot zover een stukje Algemene Geschiedenis.
We hebben de Arabische lijn maar even doorgetrokken tot 1945 om aldus retrospectief beter de gelegenheid te hebben het Engelse standpunt tegenover Palestina recht te doen wedervaren. Want de objectiviteit gebiedt ons vast te stellen dat een rechtlijnige buitenlandse politiek in dit stuk van de wereld wel bijzonder moeilijk was geworden sedert Wereldoorlog I! Dat de door ons al genoemde anti-zionistische Arabische Liga op instigatie der Britten tot stand was gekomen, demonstreert terstond dat er sedert de dagen, dat wij het Heilige Land verlieten, weinig ter zake was veranderd. Nog steeds continueerde het Foreign Office de methode der “checks and balances” - gedurig balancerende tussen het sterker wordende Arabische nationalisme (dat vanzelfsprekend zichzelf als de natuurlijke erfgenaam van de Turken beschouwde) en het Joodse, waarover ons boek handelt. Twee vormen van nationalisme intussen, die uitvloeisels kunnen worden genoemd van Westerse invloedssferen, doch daarnaast verweven blijven met een religieus gedragspatroon van voor-Aziatische oorsprong. Dat zulk een — niemand bevredigend — laveren zelfs in veel minder moeilijke dagen al tot explosies kon leiden, is eerder verhaald. Hoe moest dit wel gaan na 1939, toen Hitler — als verdelger der Joden — de Arabieren scheen te zullen helpen en door extreme Arabieren ook inderdaad werd beschouwd als vriend!
Engeland, dat na München zijn fatale politiek van “appeasement” in Europa wel had moeten loslaten - bleef in het Midden-Oosten tegenover de Arabieren hierbij volharden. Men moet dit achteraf durven zien als een begrijpelijke tactiek, die bij El Alamein haar vruchten afwierp. Wat zou er
151