bereid waren, voelde ieder. Maar dezelfde tendensen beheersten ook de leiders en de grote groep der georganiseerde Joodse socialisten. Al erg ver achter ons lagen de romantische dagen, toen een “rode” Joodse voorman, daarover gepolst, zijn ridderorde weigerde, omdat hij voor die (Nederlandse) leeuw geen hok had.
Reeds vóór 1914 hadden marxistische Joodse prominenten van weleer — toen al maatschappelijk geslaagd — de weg naar het Revisionisme helpen voorbereiden. Bij de parlementaire crisis van 1913 bepleitten ook zij het ministerialisme! Het kon nu helemaal geen kwaad meer en het was tactisch een voortreffelijke manoeuvre om hen ook officieel binnen het Joodse regeringskasteel toe te laten.
En de zionisten? Ook zij volgden Professor Cohen (die in de Bond altijd scherp was gecritiseerd), aarzelend soms, misschien onwillig, maar ze volgden! Hoezeer veel later — in uitzonderingsgevallen — bereid een andere weg in te slaan. Maar toen was het onherstelbare, wezenlijke leed aan het begin reeds geschied.
Er is vroeger en later veel kritiek naar voren gebracht op deze Joodse Raad van Amsterdam, maar het viel na de oorlog niet mee een Joodse Ereraad samen te stellen, omdat nagenoeg alle Joden zijn bescherming (het beruchte “stempel”) hadden aanvaard. Uitgezonderd bleven daarvan — in grote lijnen — de echte proletariërs, die in dit vergevorderde uur zonder meer werden opgeofferd. Wij allen, die een stempel hebben aanvaard, dragen mede schuld en zijn mede-verantwoordelijk.
De Joodse Raad was de onontkoombare resultante van een historisch proces. Dat zelfs de zionisten zich hieraan niet hebben kunnen ontworstelen is in hoofdzaak het gevolg geweest van het weinig militante hunner in-tellectuelen-organisatie, die al te theoretisch bleef tot binnen het raam van dit zionisme zelf (wij denken aan de botsing van De Lieme met de wereldorganisatie over de aankoop van de Emek Jiszreël). Men kon zich in het democratische Nederland te lang de luxe van deze “graue und schone blaue” theorie veroorloven. Binnen de jeugdorganisatie was van enige discussie zelfs over illegaliteit geen sprake. Waar dat wel het geval was zijn we aangeland bij enkele revolutionaire chaloetsiem als “Schuschu” Simon, wiens — ook politieke — wieg niet in Nederland stond. Hij vond bij zijn heldhaftig werk (het illegaal over de grens brengen van chaloetsiem) steun bij de niet-Jood Joop Westerweel! Zijn toespraak tot de 23 Joodse jongens, door hem tot aan de voet van de Pyreneeën gebracht, voert ons plotseling weer naar het hart der moderne Joodse historie:
“Nog enkele dagen en uw bevrijding is er; spoedig gaat gij een vrij land betreden en zal het uw taak zijn, Palestina op te bouwen tot een vaderland voor alle Joden ter wereld. Vergeet echter de arbeid niet van hen door wie
146