Van Israelieten tot Israeliers

Titel
Van Israelieten tot Israeliers

Jaar
1965

Overig
Anderhalve eeuw Joodse geschiedenis 1815-1965

Pagina's
187



ontstond grote deining. Is het cultuur-historisch niet merkwaardig, dat de binding aan de Synagoge als centrum van Joods leven nog zulk een levende factor uitmaakte?

Een verzetsgeest werd vaardig over een getto, dat reeds tientallen jaren uitgeleefd scheen. Men moet hierbij zeer zeker in het oog houden dat de territoriale begrensdheid van de Jodenhoek gedurende eeuwen een soort nationaal vrijheidsgevoel bij de Amsterdamse Joden had kunnen vormen. Men wist deze Jodenhoek als een soort vaderland en men was dus in die dagen nog bereid dit als het moest metterdaad te verdedigen.

Sociologisch is het in dit verband niet oninteressant dat in de loop van de 19e eeuw herhaaldelijk vechtpartijen plaatsvonden tussen Kattenburg en de Jodenhoek. De Joodse overlevering heeft hiervan nog bewaard het verhaal van de afloop van een dezer schermutselingen. Toen de Kattenburgers uit volle borst hadden aangeheven: “Leve de Joden”, was de repliek van het Joodse deel geweest: “Leve de Goijem.” Deze anekdote is instructief voor de natuurlijke wijze waarop de Jood zich deel wist van het Amsterdamse geheel zonder daarbij ooit uit het oog te verliezen de distantie welke hem scheidde van de niet-Joden.

Toen dan op 10 februari de sensationele berichten over een aanval op de Snoge (Esnoga, Portugese synagoge) in de Jodenhoek circuleerden, ontstond er de stemming waarin een gepijnigde groep proletariërs naar de wapens greep. Voor ons is het van belang vast te stellen dat bij ongeregeldheden op Breestraat, Oude Schans, Waterlooplein, Houtkoperdwarsstraat, Lange en Korte Houtstraat, rake klappen vielen. Tientallen fascisten liepen lichte of zwaardere verwondingen op. De W.A.-man Hendrik Koot, oud 42 jaar, werd dodelijk gewond.

Er ging in die dagen een golf van geestdrift over dit gebeuren door een deel (en zeker door het proletarische deel) van het Amsterdamse Jodendom. Er heerste een vechtlustige stemming. En niet voor een gering deel is het dit Joodse verzet geweest, dat aan de vooravond van de latere staking een impuls van grote waarde moet worden genoemd. De maatregelen der Duitsers bleven niet uit. Op 12 februari 1941, ’s ochtends om 6 uur, werd het stadsgedeelte begrensd door Amstel, Nieuwe Herengracht, Rapenburg, Prins Hendrikkade, Geldersekade, Nieuwmarkt en Kloveniersburgwal, tot nader order afgesloten. De trams 8, 9 en 14 werden omgelegd. De om het stadsgedeelte gelegen bruggen werden opgehaald. Bij alle toegangswegen tot de Jodenwijk werden dubbele posten van de Amsterdamse politie geplaatst. Laat in de middag werd de Verordening bekendgemaakt dat vanaf 7 uur ’s avonds geen persoon in het afgesloten gebied zich buiten de huizen mocht bevinden. Vanaf 6 uur werd dit medegedeeld door patrouillerende agenten. Er was een echt getto ontstaan!

144

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.