gaan van de ontwikkeling van het Nederlandse Jodendom! Bijna onnodig hieraan de conclusie toe te voegen, dat men feitelijk volstrekt onvoorbereid was op het allerergste.
Na het uitbreken van de oorlog bouwde men vast en zeker op de klassieke neutraliteit, die ook deze keer Nederland buiten de wereldbrand zou houden - en (voor zover dit onverhoopt niet het geval mocht zijn) ... op de Hollandse Waterlinie. Zo indrukwekkend sterk was dit laatste naïeve vertrouwen, dat vele Joden uit het oosten en noordoosten van het land zich des vrijdagsmiddags naar Amsterdam begaven, ofwel naar het Gooi en Ken-nemerland, om daar “over Sjabbes” te vertoeven. De Joodse volksmond sprak van het bestaan ener imaginair pieus genootschap (=: chewre), onder de naam van Sjaw-chewre (Sjaw, abbreviatuur van «Sjabbes Achter IPater-linie). Eenzelfde naïveteit — maar dan al tot een inferieure karakterloosheid geëvolueerd — kenmerkte de NSB-Joden en tenslotte die Sefardische “notabelen”, die zich tot Mussert wendden met de bede hun groep te willen vrijwaren van eventuele toekomstige anti-Joodse maatregelen. Deze verticale scheidingslijn in het Joodse vlak was niet nieuw, de achttiende eeuw had haar ook gekend, maar het valt wel moeilijk voor zulk gedrag de juiste kwalificatie te vinden. Dat dit niets uitstaande heeft met de latere Portugezenlijst dient nadrukkelijk te worden gesteld en — om misverstanden te voorkomen — ook uitvoerig geadstrueerd. Het is hier onze taak de aandacht van de lezer te vragen voor een apart stukje Portugese geschiedenis, dat hier zeker thuishoort: de Portugezenlijst.
Toen de aanmeldingsplicht voor Joden van kracht werd, heeft een Portugese familie in plaats van zich aan te melden, gebruik gemaakt van het recht een request in te dienen bij de Rijkscommissaris. “Zij verzocht” — en hier volgen wij een officieel rapport van 30 juni 1943 — “van de aanmelding vrijgesteld te worden op grond van het feit, dat zij de vol-Joodse afstamming van haar Portugese voorouders in twijfel trok. De familie had bovendien haar relaties met de Portugese Gemeente verbroken. Op dit request heeft de Rijkscommissaris gunstig beschikt. In verband met deze beslissing hebben enige andere families, die zich wel hadden aangemeld, getracht eenzelfde resultaat te bereiken, waarvan een deel met succes werd bekroond.
Een en ander gaf diverse Portugese families aanleiding om in dezelfde richting te werken. Deze personen verbonden zich tot een commissie, welke zich ten doel stelde op grond van hun afstamming bijzondere bepalingen voor de Portugese Joden in het algemeen te verkrijgen. Zij verzamelden hiervoor allerlei gegevens, behalve genealogieën ook uitlatingen van de bekendste historici en deskundigen op het gebied van de rassenkunde.
Het werken van deze commissie bracht haar in contact met een Duitse
140