wijl intern hun eigen politieke vuist de Joden zelf zo slap voorkwam, dat een ernstig man de hartstochtelijke zionistische campagne tegen de Verdeling belachelijk kon maken als “een veldslag met keppeltjes” Jiddisj voor kalotjes).
Maar aan zulke spot onttrok zich het Joods potentieel der Jisjoew, dat zich ernstig - ook militair - prepareerde op de naderende wereldbrand. Uit de zelfverdediging was de Hagana gegroeid, voor jonge Joden verplicht gesteld in het jaar 1939, toen de Engelse politieke koers niet veel goeds beloofde en de Duits-Italiaanse propaganda in het Midden-Oosten de omineuze leuze creëerde: “In de hemel Allah en op aarde Hitler.”
Naast deze Hagana opereerden de (oorspronkelijk) nachtelijke commando’s van de Palmach, jeugdige troepen, gehard in een felle strijd, omgeven met alle, ook boeiende, illegale facetten van een guerilla. Deze was noodzakelijk geworden door de Engelse opsporingsacties naar wapens, die de kolonies hadden ontvangen ter verdediging tegen eventuele aanvallen van Arabieren. De laatsten gedroegen zich voorlopig over de gehele linie officieel “neutraal” en lieten zich niet verleiden tot het volgen van de Groot-Moefti van Jeruzalem, die in den vreemde wierf voor zijn collega’s Hitler en Mussolini.
Heftiger nog werden de Britten bestreden door de dissidente Irgoen Tswaï Leoemi (= nationale legerorganisatie), die in haar methoden hoogstens nog werd overtroffen door de beruchte Stern-groep (naar hun leider Abraham Stern). Zo strijdbaar gingen de Palestijnse Joden de Tweede Wereldoorlog in. Hun mentaliteit verschilde wel van die hunner broeders, die in Europa als “lammeren geleid werden om geslacht te worden...”
Was dat wel zo? Beschikte dit oude volk dan in het geheel niet meer over krachten tot verzet? Een moeilijk probleem, dat zeker niet is af te doen met een beroep op een galoethistorie, die naar de conceptie van Heinrich Graetz voornamelijk een “Leidens- und Gelehrtengeschichte” zou zijn geweest. Het boek van Fritz Heymann, Der Chevalier von Geldern (Eine Chronik vom Abenteuer der Juden) is er om tot nadenken over dit historiografisch probleem aan te sporen. “Vielleicht wäre die Geschichte der Juden anders Verläufen, wäre sie anders geschrieben worden...” Eerlijkheidshalve dient daarnaast te worden opgemerkt dat de Emancipatie en de Assimilatie er zeker niet toe hebben bijgedragen Joden te mobiliseren tegen een antisemitisme dat zij veelal weg redeneerden. De Duitse Joden waren voor een deel op den duur zelfs zo gedepersonaliseerd, dat zij... Hitler gelijk gaven. Dialectisch gezien nog niet eens de meest inconsequenten, deze “Schmeisz uns eraus-Juden”.
Dat ondanks dit alles deze gemaltraiteerde groep aan de top een voor-
136