dom drijvende, formalistisch de gemeenschap bindende aan de normen van Tora en Traditie - officieus de individuen vrij latende. Als Nederlander naar buiten tredende bij ostentatieve gelegenheden, wel zeer in het bijzonder bij manifestaties rond het Oranjehuis, waar de regenten zich altijd lieten zien:
“(maatschappelijk) volkomen gaaf en afgerond, oud-liberaal, (een beetje) wantrouwend en gezond”, om Jan Greshoff te commentariëren.
Toen kwamen 1932 en 1933.
Er gebeurde iets, dat kon iedereen met de klompen aan voelen. Maar wat? Of was er eigenlijk niets aan de hand? Wij bedoelen: hier!
Wij moeten ons gaan occuperen met de structuur van de groep in Nederland, die, volgens de uitkomsten van de volkstelling van 1930, 111.917 Joden omvatte en tien jaar later ruim 140.000!
Bezien wij de volgende tabel:
Totaal aantal Joden in Nederland 1899-1941
Jaar
Criterium
Man
Vrouw
Totaal
1899
confessie
50.106
53.883
103.989
1920
confessie
55.406
59.817
115.223
1930
confessie
53.685
58.232
111.917
1941
afstamming
68.388
72.164
140.552
Hieruit blijkt tweeërlei:
a dat in de periode 1920-1930 een daling van het aantal Joden was opgetreden;
b dat in de periode 1930-1941 een zeer sterke stijging moet worden geconstateerd.
Dat de komst van Duitse vluchtelingen deze stijging heeft veroorzaakt, is zonder meer duidelijk. En deze komst raakte onder de oppervlakte de sterkste en tegelijkertijd zwakste kant van het Nederlandse Jodendom: zijn isolement, dat plotseling - tegen zijn diepste wensen in - was opgeheven. De huisjes aan de sloot en de kastelen aan de grachten moesten hun deuren openen en deden dat bijzonder ongaarne. De Emanuel Queri-do’s bleven eenlingen! In zijn uitgeverspraktijk weerspiegelde zich reeds vroeg het belangrijke tijdsgebeuren:
“Het hakenkruis over Europa... op die gedachte reageert Querido met alle felheid, die in hem is. Duitse schrijvers zijn gedwongen hun vaderland te verlaten. De linkse Duitse uitgeverijen worden gemolesteerd, haar leiders moeten een goed heenkomen zoeken. Hun taak wordt op verschil-
120