stalling hunner kudden, maken de ruïnen van Babylon hier op eene uitzondering. De Arabier, die ze onbevreesd bij dag doorkruist, is niet te bewegen om er eene nacht in door te brengen, uit vrees ruim zoo zeer voor booze geesten als voor wilde dieren. Drie onderscheidene reizigers van naam in den loop dezer eeuw, Kapitein Mignan, Rich en Buckingham, hebben deze bijgeloo-vige vrees, zoo bij den zwervenden Arabier als bij de bewoners der naastgelegen omstreken, evenzeer met de daad ondervonden, als uit hunnen mond vernomen. Maar daar zullen neder-liggen de wilde dieren der woestijn, en (hetgeen nu) huizen (zijn), met naar gehuil vervullen; daar zullen struisen wonen en schrikgedierten huppelen. In hunne paleizen zullen sjakals huilen en in de lustpaleizen draken. En ziet! Als Sir Robert Ker Porter den bouwval van Belus wereldvermaarden tempel naderde, zoo zag hij op de hoogte twee majestueuse leeuwen gezeten, en nam hij de breede indrukselen hunner voeten in den kleiachtigen grond ten duidelijkste. Andere reizigers, als de Majoor Keppel, verhalen, hoe zij de holen dierzelfde hoogte bij het binnentreden bezaaid zagen met de beenderen en geraamten van gedoode dieren, en den drek als van wilde beesten zoo talrijk, dat de bezoekers op een spoedige terugtocht moesten bedacht zijn.”
Ook het plotselinge van Babels „verderf” boeit hem:
„Van dat plotselinge van Babels verderf, van dat overhoedsche harer inneming, van dat geruste en onverdachte der inwoners van Babel op den dag vóór en in den nacht zelve van hare verovering door Cyrus, geeft de ongewijde geschiedenis de meest ophelderende en met de aanduidingen, wenken, en toespelingen onzer Heilige Schriften meest overeenstemmende bijzonderheden op.”
Hier ook een van de plaatsen waar Da Costa gelijk Heine, Goe-the en Byron gegrepen is door die abrupt snelle zinswending „En in die zelve nacht”, die Heine op de Seideravond inspireerde tot zijn Belsatzar. 150)
Rome. Tenslotte Rome, dat de dichter perspectieven opent voor een verdere beschouwing van Nebuchadnetsars droom en de „opvolging van vier Koninkrijken of aardsche Wereldmonar-
150. Voor het Belsatzar—motief ook Goethe (Deutschlander, a.w., 31, 34) en Byron. Het plotselinge en het onverwachte zijn de bepalende factoren.
94