Martelgang of cirkelgang (over Da Costa) (zw)

Titel
Martelgang of cirkelgang (over Da Costa) (zw)

Jaar
1954

Pagina's
114



nelson 148) wordt uitvoerig toegelicht, dat vele Joden in de tijd der Emancipatie min of meer over de gave der profetie hebben beschikt. Genoemd worden de stichter der Zionistische beweging, Theodor Herzl, Rahel Varnhagen von Ensen en...Benjamin Disraëli. Kaznelson constateert, dat slechts schijnbaar in het volk der profeten, de boeren en herders van weleer hebben moeten plaats maken voor het puikje der intellectuelen uit West-Europa. Wat eens voor de schapenfokker Amos de weide was - n.1. de plaats van zijn arbeid - dat werd in de 19e eeuw de schrijftafel voor Rahel. En zoals ook lang niet alle profeten grote redenaars waren („ihr erster und gröszter sogar ein bekannt schlechter”) konden onder hun latere opvolgers dikwijls zeer middelmatige auteurs worden aangetroffen, die in de regel de politiek als hun object kozen, in de plaats van de ethiek der Bijbelse klassieken.

Op dit gebied van de staatkunde nu hebben zij — alles volgens Kaznelson — over profetische gaven beschikt. Wat Disraëli betreft worden wij o.m. getroffen door zijn voorspellingen inzake het contact van Engeland met Amerika en zijn concrete mededelingen na Königgrätz : „Met Napoleon is het gedaan.” Evenzeer frappeert een ieder het lijstje jaartallen van 1897— 1947, dat een merkwaardig licht werpt op ziener-kwaliteiten van de stichter der Zionistische Beweging, Theodor Herzl. In 1897 schreef de Weense journalist in zijn dagboek:

„Fasse ich den Baseler Kongresz in ein Wort zusammen — dasz ich mich hüten werde, öffentlich aus zu sprechen — so ist es dieses: in Basel habe ich den Judenstaat gegründet. — Wenn ich das heute laut sagte, würde mir ein universelles Gelächter antworten. Vielleicht in fünf jahren, jedenfalls in fünfzig wird es jeder einsehen.”

Toch doet men goed hier te onderscheiden tussen profetische intuïtie en eigenlijk waarzeggen, waarvan misschien één exempel wordt vermeld, en waarvan wij de vier criteria reeds eerder opsomden. Dat neemt niet weg, dat over de gehele lijn de werkhypothese boeit. Vooral ook in verband met ons onderwerp.

XXXVI. De Costa, die dus bewust iets aan voelde van een speciale begaafdheid, heeft in een van zijn Bijbellezingen dit probleem uitvoerig aan de orde gesteld. Zijn 28e Voorlezing over de Waarheid en Waardij der Schriften van het Oude Testament handelt over Voorzeggingen omtrent volken en wereldsteden. 149)

148.    Aldaar vooral XV, XXZVII env., XXXIII.

149.    Aldaar, 74, 76, 77, 78, 80, 85, 91, 94.

91

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.