protest, maar ben ik zelfs met eenig genoegen inschikkelijk voor eene benaming, die toch niet in allen deele zich aan een onjuiste opvatting schuldig maakt. Daar is toch inderdaad (daargelaten elke toepassing op den inhoud dezes bundels) tusschen den blik des Staatsmans en dien des Dichters niet altijd een zoo essentiëel verschil. In elk geval heeft ook de politiek hare dichterlijke zijde, en heeft van wederzijde voor den waren Staatsman ook de poëzy in de beschouwing der tijden hare stem en beteekenis. Vooral mogen Staatsman en Dichter elkander ontmoeten in de in acht neming dier door Gods woord geopenbaarde toekomst, waaraan niet minder dan aan de waardeering van het verleden der geschiedenis het juiste inzicht in de behoefte van het tegenwoordige hangt. Bij alle miskenning en verguizing, in onzen tijd en in ons land, van ook dit element der Hoogste Waarheid, zal toch hier en daar nog wel ook onder onze landgenoten een woord ingang of weer. klank vinden, dat dezer dagen in Duitschland door een vermaard Godgeleerde aan een niet min beroemden Staatsman (door Dr. Lücke aan den Ridder Bunsen) gericht werd : „Gerade zu einem wahren Staatsmanne gehört eine gewisse prophetische Gabe, ein Hinausschauen in die Zukunft des Staates und der Kirche, ein prophetisches Erkenntniss der guten und bösen Mächte und Zeichen der Zukunft in der Gegenwart. Ist der Staatsmann, wie er doch seyn soll, zugleich ein christlicher Mann, so steht er vor allem im Dienste des Reiches Christi und soll nach Gottes Wort Gegenwart und Zukunft verstehen und richten. Dies kann er aber nur wenn er die Gesetze, Ordnungen und Wege Gottes in der Geschichte aus der Schrift recht erkennt und sich auf die Prophetie des Evangeliums versteht. — Gebe Gott, (dus spreekt nog ten slotte, uit zijn individueele opvatting der Apocalypse, de geleerde Duitsche Theoloog) dass alle Fürsten und Staatsmänner in diesem rechten Sinn und Verstand auf die apokalyptischen Stimmen, Siegel, Posaunen und Zornschaalen des göttlichen Gerichtes in unserer Zeit hören und darnach sich und die Völker regieren, auf dass Staat und Kirche je länger je mehr sich zu jener Gottesstadt vom Himmel zusammenbauen, in welcher alle Völker in demselbigen Lichte wandeln, in welche die Könige der Erde ihre Herrlichkeit bringen, und in deren Thöre nicht eingeht ein unreines und das da Greuel thut und Lügen.” 141)
En nu de analyse. Men ziet duidelijk, dat de dichter zich wat onwennig voelt bij het modewoord „Politiek” in combinatie
141. K.D. 811. 88