Martelgang of cirkelgang (over Da Costa) (zw)

Titel
Martelgang of cirkelgang (over Da Costa) (zw)

Jaar
1954

Pagina's
114



land wijsgeeren zijn geweest, zo waren die wijsgeeren ook in eene eerste plaats Dichters. Plato-zelf, die over de beste inrichting van Maatschappij en Staat zoo veel treffends gedacht en geschreven heeft (schoon hij noch de zijnen immer Staten op dien grond gesticht hebben, of ondernamen te stichten,) Plato-zelf schreef, het is zoo, prosa, maar een prosa dat, hoe hij-zelf zich wel eens ingenomen toonde tegen dichters, toch inderdaad poëzy is, voor het minst de ziel eens dichters verraadt.

Doch wat vertoeven wij op dat ongewijd, op dat aan velen vreemd en oud geworden grondgebied? Het gewijde, het aan geen Christelijke natie vreemde, voor geenerlei tijd verouderde grondgebied der Schrift leert ons niets anders. Moses gaf aan Israël de Wet, hij was in Israël Richter en Overheid; en wie was immer Dichter meer dan Moses? Ook David! zijne Staatsconstitutie (den honderd eersten Psalm) geeft hij in Poëzy van den meest praktischen aart. Ja tot in de taal, die de eeni-ge en eeuwige Wetgever in zijne Bergrede bezigde, is in onze dagen de toon en gang eener Oostersch dichterlijke taal erkend en aangewezen geworden.” 136)

Zo groeide de Sefardische bard van weleer tot zanger van Politieke poëzy. Hier rijst de vraag, wat De Costa wel verstond onder de term „politiek”. Lezen wij Busken Huet:

„Politieke poëzie: zoo noemde hij een deel zijner liederen.

Doch het was eene staatkunde die nimmer het gebied der afgetrokken beschouwing vaarwelzeide. De herinnering der naderende komst van het Godsrijk, waarmede deze bespiegelingen onveranderlijk door hem besloten werden, maakte in niemands oogen, de zijne uitgezonderd, aanspraak op de naam eener praktische oplossing van aanhangige vraagstukken. De dichterlijke waarde dezer zangen is groot, omdat hun telkens ten slotte wederkeerend Maranatha, in eene wereld die naar de beginselen van Machia-velli bestuurd wordt, aanstonds op ieder den indruk maakt eener poëtische en alles in zijn geheel latende hersenschim.” 137)

„De zijne uitgezonderd”. Isaac’s ogen zagen zeker in een andere wereld. Maar is daarmede een laatste woord gezegd? Wij willen zo gaarne doordringen in haar diepste geheimen. Ons intrigeert immers de vraag naar de Joodse signatuur. En waarom, ter inleiding van onze beschouwingen, niet nog eenmaal gezocht naar een parallel, en wel een, die wij vaker vonden: de Sefardische Disraëli, wiens politiek de realiteit van een Imperium vond. Eén enkele zin van Huet wijst ons ook hier de weg.„Wij bezit-

136.    K.D. 835.

137.    Litt. F.K., I, 193.

84

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.