staat de theorie van het Christendom wat schamel tegenover de praktijk van een gedoopte Jood. Jullie weten het zo goed, zou Da Costa in een van zijn scherpste en geestigste aanvallen op Groen neerschrijven. Jullie weten zo goed de apostolische theorie te poneren als het op ons Joden en onze Emancipatie aankomt maar:
„De quaestie van staatsburgerlijke rechten aan de Joden al of niet toe te staan kan evenmin op menschelijk rechtsgebied uitgemaakt worden door prophetische beschouwingen, als dat wij b.v. de Christenen zelve van staatsposten en bemoeijingen zouden willen uitsluiten, omdat hun koninkrijk niet van deze wereld is.” 127)
Veel later als de „gesjochten" dichter in Juli alleen in Amsterdam moet blijven, en zijn gereüsseerde vrienden buiten vacan-tie houden, is het hem bitter te moede:
„5 Juli. ’s Avonds bij da Costa; deze was onder indrukken, die de zomers, als zijne vrienden hem verlaten voor het buitenleven, en hij hier alleen met zijne kinderen blijft, hem dikwijls geven. De treurigheid bij gevoel van lichamelijke zwakheid en van moeilijke positie klimt dan dikwijls hoog; het is dan de smart, uitgedrukt op eene wijze, die den oosterling zoo geheel kenmerkt, en die ons westersch hart verscheurt. Alles vormt zich
dan tot een tafereel, met de donkerste kleuren beschilderd......
Er komt dan een pelagiaansch denkbeeld bij ons op, dat de natuur wel geheiligd wordt door genade, maar dat deze ons niets geeft, dat wij niet hebben...... De woorden van den vriend gingen als dolksteken in het hart......Het eenigst remedie is buk
ken voor God.” 128)
De dagboekschrijver maakt er zich een verwijt van, Da Costa niet ernstiger op onderwerping te hebben gewezen. Ware een snoepreisje naar het Gooi voor het gehele gezin niet beter remedie geweest?
We schrijven dan een twintig jaar later. Hoe was het direct na de Bezwaren? Ja, De Clercq wist wel hoe men zo iets moest aan-leggen. „Met een paar diners aan zijn ergste vijanden, mits hij zich aldaar geheel deployeerde, had Da Costa gewonnen spel” 129) Let wel op de laatste woorden. Alsof er „gespeeld” werd, alsof er „gewonnen” moest worden, daar waar de strijd het diepste van de mens openbaarde. Wij volgen Willem naar de Maatschappij, waar Loots donderde tegen Bilderdijk en
127. Briefw. Da Costa-Groen, II, 137.
128. Dagboek, II, 233.
129. I, 211.
79