Martelgang of cirkelgang (over Da Costa) (zw)

Titel
Martelgang of cirkelgang (over Da Costa) (zw)

Jaar
1954

Pagina's
114



XXX. Maar Nederland is nu eenmaal geen Israël en Willem I geen koning David. Krampachtig zal Isaac nochtans zijn worsteling voortzetten. Zij het met die ene beperking. Zijn lier „ruischt” niet meer, zijn dichtader is „verstikt en vergeten.” Het vraagstuk van het zwijgende dichterschap. Ook hierover zijn langzamerhand heel wat theorieën in de circulatie. Zelfs zijn er, in tegenstelling tot Isaac’s eigen opvatting, dezulken, die beweren, dat de kerkliederen tussen 1822 en 1840 poëzie verbeelden. Nuchterheid ook hier.

Waaraan denken we bij het dichterschap van Da Costa? Aan zijn Sefardische „slagader”. 118) Aan een zeer bewust gericht „heimwee naar de verte”. Aan een ervaringsgebied, waarvan, bij alle vaagheid van contouren, de oorsprong door niemand in een verkeerde richting zal worden gezocht. Welnu, dan blijft ons slechts één vraag. Hoe moest hier overgeschakeld worden? Hier hebben wij vroeger het moment gezocht, waarop een poëtische onmacht ontstond.

Zijn richting-gevoel mocht dan — naar Busken Huet reeds constateerde — zeer gestoord zijn. Er wordt ergens naar een kompas gevraagd, ook op de brug van een spookschip. In het Noorden te dichten, dat (terwijl men het Oosten bedoelt) het hart in het Zuiden klopt, dat is al vreemd. Maar zich vastleggen op een Westelijk vaderland, dat eigenlijk in het Oosten thuishoort en dan nog naar het Zuiden streven, nee, dat gaat zelfs Isaac te ver.

Wij citeerden destijds Halbertsma en doen het wederom:

„Het klinkt wonderspreukig en toch is ’t waar, dat Bilderdijk de poëtische vlucht van Da Costa heeft verlamd, en als het ware eene sourdine op zijne lier gezet heeft. Zoolang hij Jood was kookte het Oostersch dichtvuur in zijne aderen, zuiver en ge-kuischt door de studie der Grieksche modellen. Wij voorspelden ons uit hem een dichter, die Bilderdijk in rijkdom van gedachten zoo niet overtreffen ten minsten evenaren zoude. Dit heeft geduurd totdat Bilderdijk hem het Christendom in den vorm van de canons der Dordtsche synode smakelijk wist te maken. Van dat oogenblik minderde zijne kunst tot de poësie. Als men de waarheid heeft, zeide hij mij, verflauwt de lust tot de fictie.” 119)

Als men de waarheid heeft? Dat was dus kennelijk het Christelijk Jodendom of het Joodse Christendom. En de fictie? Dat was zijn dichterschap. Deze woorden klinken ons zuiver in de oren.

118.    G. v.d. Leeuw, Novalis, 15.

119.    Dissertatie, 93.

74

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.