worden en dit probeerde hij een leven lang voor Christenen aanvaardbaar te maken. Hier ligt de kern van zijn uitmiddelpuntige probleemstellingen die — evenzeer als de vroege romantiek van zijn jeugd — steeds de indruk maken van kunstbloemen.
Zo het vroeg-negentiende-eeuwse Nederland één ware, onwerkelijke, romanticus heeft gehad, dan was het Isaac da Costa. Reeds de constructie van Nederland als het Israël van het Westen. Nog onlangs somde iemand veel plaatsen op, waar daarvan wordt gewaagd. 116) Met geen woord wordt in zulke beschouwingen gerept over het fundament. Wat is het Israël van het Westen anders dan het vaderland, dat als wiskundig past in zijn systeem. Welk land moest hem de mogelijkheden verschaffen voor zijn Joodse Romantiek, nu het Sefardische Jeruzalem voor goed gesloten was? Nederland. Welnu, waar lag voor deze Sefardische historicus de historische band met het Nederlandse verleden? In zijn Sadduceën luidt het:
„De Jood was Jood, en hij stelde er eer in, vreemdeling te zijn in ieder land, buiten dat Palaestina, waar hij eenmaal de knieën wenscht te buigen voor den verheerlijkten Zoon van David; en het was juist deze aandoenlijke vreemdelingschap, die bij de Joden van het oude Holland eene getrouwheid en verknochtheid aan dezen Staat en aan het Huis van Oranje teweeg bracht, waardoor zij ten allen tijde bij de wettige Overheden bemind, en bij ieder getrouw Vaderlander geacht en geëerd zijn geweest.” 117)
Hij wist zich vreemdeling. Zijn binding met Nederland en O-ranje was een toevallige en blijft dit. Hij verlangt niet anders dan „een zachte ballingschap en een niet harde herbergzaamheid.” Woorden, die eens als motto zouden dienen voor H. J. Koenen’s Geschiedenis der Joden in Nederland en als zodanig veel scherper nog konden aanduiden, wat Isaac bedoelde. Op een afstand bleef het „gastland”. Tenzij Nederland = Israël en Oranje = Koning David. Hij staat voor niets. Al gold het het fabriceren van een nieuwe globe. En het grandioze van zijn persoonlijke romantiek is wel, dat hij aan zulke chimeren — en niet zonder blijvend succes bij een beperkte groep — een geheel volk, land en koningshuis heeft ondergeschikt gemaakt.
Hoeveel dromen vervlogen. Hoe zeldzaam die ene, die van de Amsterdamse Jodenhoek haar rechtstreekse weg vond naar het hart van Nederland.
116. J. Haantjes, zie noot 2.
117. De Sadduceën, 1824, 57.
73