1
„Kent Gij het land, waar hoog de ceder wies? een adem Gods door ’t moerbeiboomdal blies? van ’t eêlste bloed de bruine druiftros zwol? de olijftak glom, van malsche hoornen vol?
Kent gij dat land? daarheen, daarheen, o leidsman mijner vaadren! voer mijn schreên!”
Hij was terug. Doch nu eerst op de juiste plaats. Het spookschip had zijn richting hervonden. Zo werd Isaac da Costa, de calvinistische kampioen, tot een voorloper van het Zionisme. Om vele redenen bleef hij onbekend. Zijn woorden en getallen waren te onduidelijk om tot realiteiten te worden. Zij bleven verdacht door de vreemde Christelijke slotaccoorden en werden door Joden niet aangehoord. Het christelijk publiek, waartoe hij zich wel moest richten, bleek een ongeschikt afzetgebied voor de innerlijke stem van een Joods profeet. 180)
„Wie Uwer herinnert zich niet, hoe dikwerf hij ook te dezer plaatse uitgeroepen heeft: Ik wenschte wel een Christen uit de volken te zijn, om dan zonder eenigen schijn zelfs van vooringenomenheid of nationalen trots, van ganscher harte over Isra-ëls heerlijke toekomst en groote beteekenis voor het rijk van Koning Jezus vrijelijk te kunnen spreken! Tijdig en ontijdig, (althans in sommiger schatting) heeft hij dan ook Israëls verwachting te berde gebragt, en wel omdat die hope voor hem niet een bijkomstig iets, een zijtak was, maar de gevel van het hoogheilig zamenstel der waarheden Gods, waarin zijne ziel dagelijks voedsel zocht en vond. Al de gebeurtenissen van het rijke verleden, al de vernederingen van het thans verstrooide en vertrapte Israël, ja al de woelingen en worstelingen der Oostersche en Westersche natiën, losten zich bij hem op in de zekere verwachting van het nieuwe, dat de Heer ook op deze aarde zoude scheppen, terwijl zijne ziel reikhalsde naar de wederkomst des Heeren, en de grondtoon van alle zijne gebeden was: „Kom Hee-re, ja, kom haastelijk.”
Een van zijn merkwaardigste brochures bleef — vooral in Joodse kringen — onopgemerkt. Zijn Vijf en Twintig Stellingen over de nationale wederoprichting van Israël. 181) Een kleine bloemlezing slechts:
180. Schwartz in Ter Nagedachtenis, 94/5
181. Wij konden niet raadplegen: Is. da Costa: Wederoprichting van het Koninkrijk van Israël, Gorinchem, 1853.
110