wordt aangevoeld. „Vijftig jaren had de Eeuw nog niet geteld”; „volle 50 jaren”; ’t feest der volle 50 jaren.” „Sinds smolt de helft der eeuw. Het jubeljaar is de dichter vol diepe zin. „Negentiende reeks van dubbele jubeljaren”. En als klap op de vuurpijl, het jaartal 1600: „Twee en dertig maal voltogen jubelkringen.” De combinatie van het ons reeds bekende kabbalistische 32 met het midden van een eeuw.
En niet alleen 50, ook 40 en niet te vergeten 70, 10 x 7 jaar.” In de Vijf en twintig jaren worden de gebeurtenissen dan ook in de regel onder een tiental gerubriceerd. Het deert de dich. niet, dat Napoleon in 1821 stierf („voor 40 jaren (?) uit Corsica verschenen”).
Honderdtallen en duizendtallen komen in allerlei schakeringen voor. „100 Staatsomwentelingen”; ,,’t Honderdarmig kroost van Staatsveranderingen”; Dan 1000: „1000 englenscharen”; „duizenderlei dood”; „duizendvuldig”, en eenmaal „veertienmaal-duizendvuldigd”. Het kon blijkbaar niet op.
Interessant zijn hierbij de verdelingen der getallen. Wij leerden er al enige kennen. Andere voorbeelden: „zes paar van zijn stammen”; „2 x 9 jaar”; „2 x 1000 jaar”; „3 x 13 jaar”; „5 x 60 zonnen.”
Dit zijn geen pogingen om tot een gemakkelijk rijm te komen. Hierachter gaat een stuk mystiek schuil, dat bestudering behoeft. Een bestudering, die ons ongekende aspecten van Da Costa zal blootleggen en die ons inzicht in de halvd-eeuw-eschatologie zal vergroten.
Ja, getallen. Daarin leefde de Portugese jongen, die in zijn vroege jeugd nog zo vaak had gehoord dat 18=leven, 19=feest, 52 =zoon. 179) Was hij in 1850 niet juist weer de „zoon” van zijn volk? Machtig spel van symbolen. De onvolkomendheid van een geschokt leven effende zich aldus de weg naar een wijsgerige voltooiing in cijfers. Hij, de non-conformist, de bohémien, de onpractische Jodenjongen mocht dan een leven lang slecht hebben geteld, heilige getallen, in een hogere orde „geldig”, baanden hem een toekomst in de hemel. Was de rechte lijn in zijn maatschappelijk martelgang moeilijk te onderkennen, hem was de veilige vaart van een magische cirkel.
XXXXIX. Veilige vaart van een cirkel. Van welk punt uit begon de draaiing? Hetzelfde punt waarheen de draaiing zich richtte! „Fern im Osten wird es helle.”
179. 18 = Ch(a)j = Leven; 19 = J(om) T(ob) = Feestdag; 52 = B(e)n = Zoon.
109