Het verdwenen Ghetto

Titel
Het verdwenen Ghetto

Jaar
1978

Pagina's
162



fruitmarkt en vischmarkt” — zoals de Hond hem meesterlijk lieeft getekend, in dat kiekje. 1)

„Goeie morrrrrrgen, rnijnherrrr, massel en brrrooge!”

Krom-klein tippel-manneke. Op zijn schaar sch-behaard kopje is een petje gegroeid, vast-geworteld, dat hij zelden afneemt, maar altijd vinger-vlug aantikt, één of twee- of zelfs meerdere malen doet, alsof ge hem niet gezien hebt.

Een soms geel, dan weer groen, maar meestal groen-en-geel jasje zit hem glad gestreken om zijn mager maàkseltje, waarvan de beide mouwen in lengte en wijdte moeten berekend zijn, om behalve zijn armpjes, ook zijn beide hand-geraamten te herbergen, die ’s winters de gracieuse eer genieten van een paar gewezen handschoenen. Een vormeloos stok-ding, dat als parapluie waarschijnlijk betere dagen gekend heeft, piekt hem onder den linkerarm of telt soms de keien, als hij in draaf-pasjes voortwiegelt. Vaak ook maakt hij er duel-pa-rures of dreig-figuren mede in de lucht, wanneer hij het gebruiken wil als „vitae scipio” tegen de jeugd, die tegenwoor-die zo langzamerhand van de „disciplina” gespeend wordt. Ik heb hem vaak redevoeringen tegen deze menschkuikens hooren houden, die hem een Demosthenes zou benijd hebben. Dan sprak hij oer-oorspronkelijke model-oraties over de „teu-geswoorrrdige jongelui, die hun brrrave ouderrrs tot schande zijn” en dat hij niet begreep „de etukaasie van de meesterrs op sgool.” Gewoonlijk kreeg hij dan een schitterende ovatie, waarin zijn naam plus attributen schering en inslag vormden. Als dan enkele voorbijgangers staan bleven, scheen hij dankbaarder publiek te verwachten, begon zijn monologen opnieuw, wonder aller wonderen: met de handen in de mouwen, brouwde taal-mooi en stijl-fijn zijn bezwaren, verzuchtingen, raadgevingen en voorspellingen met als eenigen dank van het auditorium de medelijdenden duw-raad: „och Jaapie, loop maar door, dat gespuis moet je eer niet zijn” ■— en dan ging het man-machinetje weer door met een „ja, mijnherrr, gelijk hebt u — gespuis. .., gespuis... ssonde, dat een fatsoenlijk mensch voorrr sse staan blijft.”

En als ik „Japie” laat staan midden in de straat, dan wil ik nog ■even een van die armelijke huisjes binnen, In het slop. En ik zal me daarbij laten voorgaan door niemand minder dan Herman Heyermans. 15) Die zijn Joodse jeugd fel haatte en Kniertje schiep. Een wuivende vissersvrouw op de duinen der Noordzee.

125

1

) Libanon I, 63.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.