met schoonmaken of met kammen en brillen te verkoopen en; ons te behelpen gelijk de zwijnen, 10 of 12 in één hok, zoals op Marken en op meer andere plaatsen te zien is, dat 5 huishoudingen met vrouwen en kinderen onder één dak of één huis wonen,waarom zij dan ook minder dan de Christenen tot haar bestaan noodig hebben”.
Zelf heb ik dit Marken nog even gekend, toen ik in het begin van 1926 kort voor de sanering te Amsterdam aankwam. En daarnaast heb ik nog even iets kunnen aanvoelen, van de intimiteit, die hier gedurende eeuwen ondanks alles moet hebben geheerst. De intimiteit van het Ghetto, met zijn „tsores” en zijn „gijn”. Territorium waar de Jood zich „thuis” voelde. Zo thuis voelde, als mij bleek, uit de brief van een der oude lezeressen dezer artikelen: „Tot mijn 15e jaar meende ik dat in Amsterdam alleen maar Joden woonden.”
Sjoeltjes
Vlak vooraan stond het kleine sjoeltje van „Tif’eres Jisroeil”. Ik heb de liquidatie daarvan nog meegemaakt. Complete uitverkoop van Sifree Thora en Malboesjiem. Hoe benijdde ik als jongen die „kootsen”, die zo maar een echte Thora-rol kon kopen.
Even verder. Hier stond de sjoel van „Sjangarei Tsion”. De naam: Poorten van Tsion. Om dewelke Israël eeuwenlang in het Goles kon blijven bestaan. Het was een eenvoudig Sjoeltje. Zo eentje van: „Drei Stibber Hagbe — drei Stibber Gelile — zwei Stibber Eits Chajem”. En als het „Tisjebov” was, noteerde de Sjamines de koers op de wijze van de Klaagliederen Jeremias.
Geestelijk en sociaal kan ik haar atmosfeer gemakkelijk benaderen. Het was de sjoel van Meijer de Hond en de Plotskes. De humor van het Joodse Amsterdam, dat wij allen nog kenden, speelt om onze lippen.
Hier heb ik de Rebbe nog vaak gehoord. Zoals hij sprak, was hij een afspiegeling der Talmudische woorden: „Familja kelappee Mangla” — Familiariteit met het hogere. Hij scheen als Onias de circeltrekker een huisgenoot van God. En aldus aanvaardden hem, al de zijnen.
Mag ik hier, in deze Ghetto-herinneringen, een van hen naar voren brengen?
„Japie”
„Schapedief” noemden hem de mensen. Maar hij was slechts een „slapedief” — een porder. „Beheerser van groentenmarkt en
124