Het Joodsche lied, 2de boek

Titel
Het Joodsche lied, 2de boek

Jaar
1921

Druk
1921

Overig
1ed 1921

Pagina's
162



160.

Ik wil weer rijden met Adil Effendi Op stoute paarden, over 't open land, Weer zien, hoe mijn vriend, de Arabische dandy, Zijn paard mak houdt in zijne speelsche hand.

Dicht bij den Dood gedenk ik elke zede En elke zonde van mijn ziel en lijf. Gij, die dit leest, ik sterf in vollen vrede, In vol bewustzijn van elk blij bedrijf

En onbekommerd zal ik voor God komen, Al brandt van hoofd tot schenkel 't zondig zeer. Ik spreek tot God: ,,Die daden en die droomen, Wie gaf ze mij? Neem ze nu van mij weer."

Dicht bij den Dood. Des nachts. Hier lig ik eenzaam, Met mijn adem en de aderh-van mijn lied, 't Is alles uit. Niets is mij meer gemeenzaam Van al wat het Leven genieters biedt.

Dit Huis: ,,de Poorten der Gerechtigheid", Hier lig ik in trouwe ziekte gevangen. Met dit lied sluit ik mijn lot en verlangen. Gij, die dit leest, geniet uw goeden tijd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.