160.
Ik wil weer rijden met Adil Effendi Op stoute paarden, over 't open land, Weer zien, hoe mijn vriend, de Arabische dandy, Zijn paard mak houdt in zijne speelsche hand.
Dicht bij den Dood gedenk ik elke zede En elke zonde van mijn ziel en lijf. Gij, die dit leest, ik sterf in vollen vrede, In vol bewustzijn van elk blij bedrijf
En onbekommerd zal ik voor God komen, Al brandt van hoofd tot schenkel 't zondig zeer. Ik spreek tot God: ,,Die daden en die droomen, Wie gaf ze mij? Neem ze nu van mij weer."
Dicht bij den Dood. Des nachts. Hier lig ik eenzaam, Met mijn adem en de aderh-van mijn lied, 't Is alles uit. Niets is mij meer gemeenzaam Van al wat het Leven genieters biedt.
Dit Huis: ,,de Poorten der Gerechtigheid", Hier lig ik in trouwe ziekte gevangen. Met dit lied sluit ik mijn lot en verlangen. Gij, die dit leest, geniet uw goeden tijd.