DICHT BIJ DEN DOOD
Het Huis ,,de Poorten der Gerechtigheid": Hier lig ik in trouwe ziekten gevangen. Machtloos ontmand van lust en van verlangen Terwijl dag en nacht zich martlend verslijt.
De luide wegen van mijn lustig leven Worden in eene vale kamer stil. Ik ben voiorbij. 'k Heb alles afgegeven Al teedre vreugd en al gespannen wil.
Mijn zinnen, die langs alle wegen zwierven Vinden in 't vaal vertrek een wreede rust. Wat rest van al, dat zij gretig verwierven? De laatste dag breekt met zijn laatsten lust.
Mijn rozen geuren in hun koele glazen, Adil Effendi heeft ze mij gebracht. Ik ween. En ik gedenk met war verdwazen De rozen van Katamon in den nacht.
Ik drink den zoeten wijn van Alicante, Maar nu is 't mij een machtloos medicijn. En toch, soms nog, sterk en stout, in den wijn Proef ik van de vreugd met mijne trawanten.
Rozen en vreugd, alles, alles, genoten, Herinnering geeft zoet-bitter genot. Ik wil niet sterven. Ik sta vast besloten Te strijden tegen Gods almachtig lot.
Ik ben niet angstig voor den donkren Dood, Maar ik bemin zoo hartstochtlijk het Leven. Ik wil niet sterven vóór 't mij heeft gegeven Alles, alles, aan vreugd, aan drift en nood.