152.
Ik weet, Amsterdam: gij zult mij vergeven, Gelijk een Moeder haren zonen doet. Wat zij verzetten en wat zij voldreven, Een Moeder vindt altijd haar zonen goed.
En als ik zing: ik weet, dat gij zult luisteren Naar het Lied, dat God mij genadig schenkt. Als de dagen hier naar den avond duisteren, Weet, dat mijn hart u dan zingend gedenkt.
Amsterdam. .. . Jerusalem. .. . wat is schooner, De Heiige Tempelplaats, de drukke Dam, Vraag niet: van Jerusalem een bewoner Schrijf ik verheugd de Roem van Amsterdam,