Het Joodsche lied, 2de boek

Titel
Het Joodsche lied, 2de boek

Jaar
1921

Druk
1921

Overig
1ed 1921

Pagina's
162



132.

Dat zijn Toekomst dagend in 't Oosten ziet.

Gelijk de zon daagt in 't gebroken Oosten

Daagt, als vrede doorbreekt, ons heerlijkheid,

Geen lied behoeft ons Volk dan meer te troosten

Ook ons hartelied wordt dan vreugdgewijd.

En thans? .,,Gebroken ligt reeds het Verleden,

Dóch de vrije Toekomst daagde nog niet".

De Tijden kenteren, gebruik het Heden,

Voor het als ijdel water u ontschiet.

Wij, die op de kentring der Tijden wonen,

Weten de wankeling van ons bestaan.

Maar wat de Vaders duldden willen Zonen

Niet langer in ieder land ondergaan.

Zeg niet: ,,Uw Zonen", maar zeg „Uwe Stichters",

Hun wacht de rust der zege na den strijd:

De kracht der Daders en de droom der Dichters

Verinnigen zich tot uw heerlijkheid.

Ook ik ben Dichter van mijn Volk, het Leven

Van mijn Volk is het leven van mijn lied.

Wat mijn hart mijn eigen Volk heeft gegeven

Geeft het genooten vreemder volken niet.

Wij zijn geslagen, mijn lied is geslagen.

Want ik heb geen andre macht dan de macht

Van mijn Volk en hun klagen is mijn klagen,

Mijn Lied is zijn stern en hun kracht mijn kracht.

Als wij weer Stad en Heilig Land verwerven

Wordt het hart van 't Violk met zijn Dichters één,

In hoop, in haten, in leyen en sterven, ׳

In lachen, in gebed en in geween.

Daders van 't Volk, herneemt uw kloeke daden

Dichters van 't Volk, herneemt uw heilig lied,

De Tijden kenteren, in trots beraden

Herwinnen Zonen der Vaadren gebied.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.