Kwatrijnen

Titel
Kwatrijnen

Jaar
1924

Druk
1994

Overig
poezie

Pagina's
192



EEN MONNIK.

Gij zult uw handen niet aan doornen wonden. Gij plukt geen rozen in 't Es-Salt ravijn.

Gij leeft in uwe bidcel zonder zonden.

Gods vreugde uw vreugd. Gods pijn uw pijn.

BEDELAAR.

Zeker heeft hij heden zijne gebeden Met meer vrome wijding dan ik gezegd.

Daarna heeft hij zijn lompen en zijn leden Bij de Klaagmuur te bedelen gelegd.

GOD GELEIDT ONS.

Wonder, die heilig van ’t onheilig scheidt,

En heilig met heilloos in ééne ziel vereenigt,

Hij voert mij huivrend langs de heerlijkheid Van zonden, waarvoor men eenen mansteenigt.

AFSCHEID.

De laatste goede woorden zijn gewisseld,

Die saam de liefde van 't Arabisch afscheid zijn. Mijn wagen staat naar den Jordaan gedisseld. De wind waait over het rozenravijn.

HET LIED.

Mijn Lied: sta op. Want Gods Lied is gekomen, Hij wTekt uw woorden met Zijn Eeuwig Woord. Ik voel Zijn Liefde door mijn leden stroomen. Ik heb gesmeekt. God heeft verhoord.

181

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.