VERLANGEN.
Wat brengt de Dag? Den Avond.
Wat brengt het Leven? Dood.
Wat wil mijn hart gehavend?
Rust na nood.
TROOST.
Geen Dag, die meer dan Avond brengt.
Maar ook: geen Dag brengt minder.
Geniet dan uw wijn zonder hinder Zoolang het leven schenkt.
EEUWIGHEID.
Eeuwig .... eeuwig .... o, kwel mij niet. Eeuwig is niet de wijn en niet het lied.
De schoonheid sterft met het schoone geslacht. Eeuwig is slechts de eeuwige nacht.
VREUGDE.
Eeuwig is niet het lied en niet de wijn.
Eeuwig niet deze nacht van samenzijn.
Maar 't lied is wel schoon en de wijn wel zoet. Laat dan open voor al vreugde uw gemoed.
DE STRAFGEVANGENE.
Ik ben niet meer in mijne cel gevangen,
Dan gij in vrijheid zijt.
Uw liefde en uw verlangen En mijn straf meet één Tijd.
180