EMOTIE.
Men moet het Leven met emoties meten.
En niet met dooden Tijd en het doode Uur. Dezen dag, dien wij samen rustloos sleten,
Was hij niet zalig lang (en toch zoo kort!) van
[duur.
HERMAN ROBBERS.
Hij noemde mij „den diepzinnigen dichter”
Is mijn Lied dieper dan een glas met wijn? Gaan de voeten van mijne verzen lichter Dan de voeten van Nazief zonder pijn?
M. H. VAN CAMPEN.
Gij zijt een rechter, streng maar goed.
Van dwaze boeken en van dwaze schrijvers.
Zeg mij nu nog, wat met al deze drijvers Het Leven doet.
BEDE.
Ach: laat mijn lied niet dieper zijn Dan 't glas Rischon-le-Zion wijn.
Ik weet het wel: de wijn en ’t lied Weren het donker doodslot niet.
DOOD EN LEVEN.
Wat blijft u van den wijn, die is gedronken? Wat blijft u van het jaar, dat is vergaan?
Eens in 't Leven wordt ons 't leven geschonken. En wie zegt, dat Dooden den Dood verstaan?
130