272
zonder welke het strafrecht zijn reden van bestaan verliest. 1)
* *
*
Einde: Taai, Ik ben hiermede aan het einde van mijne onder-Recht en wer-zoekinoren en beschouwingen gekomen. Toen ik mii
kelijkheid. ö . .
had tot taak gesteld een signifisch onderzoek te doen naar de woorden van de groep: ״Aansprakelijk, Ver-antwoordelijk, Toerekeningsvatbaar” wist ik, dat ik mij voor de moeilijkheid had gesteld de gebreken van de Taal aan te toonen in die gebrekkige Taal zelve. Het is mij bij het in woorden brengen van de ver-kregen gegevens niet gebleken, dat deze moeilijkheid kleiner was dan ik had verwacht. Toch is het niet goed in mijne moeite volle ervaringen een grond voor ontmoediging te zien en de Taal in het algemeen en de Rechtstaal in het bijzonder te laten voor hetgeen zij door eeuwen van verwaarloozing heen geworden zijn. Wij moeten zorgvuldig en welbewust het uitdruk־ kingsvermogen van de Taal vergrooten.
Behoefte aan Wat wij noodig hebben is eene Nieuwe Taal, eene Taai N1euweB°venz*nne^jke Taal, waarin ieder Woord zijnen Zin heeft, zijne Bedoeling en zijne Waarde. Eene Taal, die ons in staat zal stellen elkander in den Waardevollen zin des Woords te verstaan.
Taak van den En de taak van den rechtskundigen significus is door rechtskundigen prof ]yjr j Henry Hymans aangegeven : ״ontwikkeling der taal tot een wonderbaarlijk middel tot doordringing en beoordeeling der werkelijkheid.” 2)
1
2
Mr. I. Henri Hymans : ״Het Recht der Werkelijkheid”
bldz. 27.