242
·schappen”, in de eerste plaats de begrippen ״grond-begrip” en ״wetenschap” zelve. I)
Ieder begrip De beoefening dezer wetenschap der wetenschappen behoort tot ZQU Qng joen zjen dat ieder begrip behoort tot iedere
iedere weten- 0 ־ A
schap. wetenschap. Daaruit volgt, dat op de vraag van Dr.
Cox een Waardevol antwoord niet mogelijk is, omdat de vraag niet eene Waarde volle vraag is.
Terecht maakte Dr. Keuchenius bij de gedachten-wisseling de opmerking: ״De inleider twijfelt of toereken-baarheid een juridisch begrip is, maar hij is er niet in ge-slaagd aan te toonen, dat het een medisch begrip is.” Verwarring Er is hier verwarring tusschen twee vragen. De veroorzaakt ^ eerste: ״Tot welke wetenschap behoort een onderzoek looze vraagstel-naar het wezen van de Toerekening in het algemeen ling· en naar het wezen van iederen verschijningsvorm der
Toerekening in het bijzonder.” De tweede : ״Welk staatsorgaan is naar geldend Nederlandsch recht door
ö o
den Staat belast met de verwerkelijking van de Macht tot strafrechtelijk Toerekenen.”
Dr. Cox stelt in minder Waardevolle woorden de eerste vraag, doch hij bedoelde veeleer de tweede te stellen. Op de tweede vraag is het antwoord dit: ״In het Burgerlijk Strafrecht is het Openbaar Ministerie het vervolgende en de Rechterlijke Macht het toe-rekenende staatsorgaan.” 2)
De rechter zal bij de toepassing van talrijke wets-bepalingen eene beslissing moeten nemen ten aanzien
1) Prof. Dr. J. D. van der Waals Jr. : ״Prof. C. Bellaar Spruyt en zijn opvolger” in ״Onze Eeuw״, Jaarg. II, bldz. 81.
2) Burgerlijk Strafrecht wordt hier gesteld tegenover militair strafrecht (art. 150 van de Grondwet.) De Rijksbelastinggeschillen blijven buiten beschouwing. Men zie de artikelen 1 en 4 van de ״Wet op de regterlijke organisatie en het beleid der justitie״ en art. 141 van het Wetboek van Strafvordering.