203
bruik is Mr. De Pinto in verzet gekomen in het Over-zicht van Tijdschriften in W. 6264 1). ,,Wij zouden zeggen, ״toerekeningsvatbaarheid” Toerekenbaar is ook volgens artikel 37, 2de lid W. v. S. een feit, dat een persoon kan worden toegerekend, waarvoor hij straf-rechtelijk verantwoordelijk is. Toerekeningsvatbaar werd reeds in de memorie van toelichting der staats-commissie en later in die der regeering genoemd de persoon, wien het strafbare feit kan worden toege-rekend, toerekeningsvatbaarheid de toestand, waarin deze verkeert. Aan die juiste onderscheiding in de terminologie houden zich thans onze beste crimi-nalisten. Vg. Van Hamel. Inl. tot de studie van het Ned. Strafr. I bl. 165. De taalkundige gronden, waarop Mr. Kruseman nu weder verwarring sticht in de ter-minologie door denzelfden term te bezigen voor het feit, dat een persoon niet kan worden toegerekend, en den persoon wien het niet wordt toegerekend, komen ons voor alles behalve afdoende te zijn. Waar de geachte schrijver zich (Al. 2 in de noot) be-roept op het gezag van Dr. A. Kluyver is het wel eenigszins bevreemdend, dat hij geheel met stilzwij-gen voorbijgaat wat in W. no. 6173 werd geschreven over het artikel ,,ontoerekenbaar” in het Woorden-boek en het welwillend antwoord daarop door den heer Kluyver gegeven in W. no. 6176 waarin werd erkend, dat het strikt genomen onjuist is, iemand wien iets niet toegerekend kan worden ontoerekenbaar te noemen.”
* *
*
1