145
Wij komen thans weder te staan voor eene moei- Gemis van lijkheid, waarvoor wij tevoren reeds meermalen ston-eenlefier^oekder den en waarvoor wij verder nog meermalen zullen komen te staan : het gemis van een algemeen leerboek der signifiek. Immers : men kan de beteekenissen van de woordengroep ,,aansprakelijk, verantwoordelijk, toe-rekeningsvatbaar” niet zuiver doorzien, wanneer men niet bekend is met de signifiek van de bijvoeglijke naamwoorden, van de achtervoegsels en van de achter-voegsels ״lijk” en ,,baar”. Daar de rechtskundige signi-fiek een gedeelte is van de algemeene signifiek zijn deze signifische beschouwingen ook voor den rechts-kundigen significus van belang. Doch voor hem niet meer dan voor den beoefenaar van de signifiek van andere wetenschappen. Veel van hetgeen thans volgt zou in een rechtskundig signifisch geschrift niet op zijne plaats zijn, indien een algemeen leerboek der signifiek bestond. Bij gebreke daarvan konden de volgende beschouwingen niet worden gemist.
Wundt acht ,,lieh” ,,wahrscheinlich zusammenhän- Wundt over gend mit altgerm. lïka, Körper, und danach mit gleich ”1^ ' mhd. gelich, übereinstimmend” *)
Den Hertog is van dezelfde meening : ״Het ach- Den Hertog tervoegsel ,,lijk” is terug te voeren tot een stam ״lijk” met de beteekenis ״vleesch, lichaam, gestalte”, maar ook tot een gelijkluidenden stam met de beteekenis ״gelijk, passend, overeenkomend”. De laatste betee-kenis komt in de tallooze afleidingen met ״lijk” het meest voor den dag. Overigens is het een echt achter-voegsel geworden, dienende om voorzetselbepalingen of genitieven door één woord te vervangen en waar-
1
tikelbildungen” § 2 ״Sekundäre Partikeln” bldz. 219.