153
Vandaar, dat in een staat van millioenen de verstandhouding eene emotielooze orde is. Met weinig intuïtief, persoonlijk recht. Wel kan door de orde eene emotie heen-varen: naderende oorlog, naderende vrede.
Vandaar ook, dat de algemeene verstandhoudingsvor-men emotie-loos zijn: tijd, ruimte, tal, gewicht. Vergelijk emotieloos: „de soldaten liepen tachtig K.M.” En ge-emotioneerd: „de soldaten liepen tot,zij er bij neervielen”.
Een gulden is een volkomen emotie-loos symbool van geleden leed en vreugde. Maar ook van toekomstig leed en vreugde. Het is onmogelijk van iederen gulden te weten in welke goede en droeve omstandigheden hij dienst heeft gedaan. En in welke goede en droeve omstandigheden hij nog zijnen dienst zal doen. Maar daarom kunnen wij ons herinneren dit: „Geld, als alle ding is geest. Geest van herinnering aan arbeid en derving, geest van verwachte bevrediging van behoeften, verleden leed en komende vreugde”.1)
Vinden wij dus in elke verstandhouding intuïtie en logica vereenigd, in geen enkele vinden wij ze gescheiden. Want de logische verzekerdheid wordt intuïtief aanvaard. Én geene intuïtie is van haar redelijkheid verlaten. 1) 1
1
) Da*. J. van den Bergh van Eysinga—Elias in T. v. W. Jrg. VI