144
noodzakelijkheid van deze bescherming wordt door het recht zelf erkend. En kan dus niet zonder meer „onrecht”
of zonder meer „recht” worden genoemd.
* , *
*
Volgend voorbeeld. De tegenstelling: misdrijf-overtre-ding.1) In misdrijf, vooral in doleus misdrijf, over-heerscht de onrechts-gedachte. In overtreding over-heerscht de wanorde-gedachte. Een wreede moord emotioneert het rechtsgevoel, intuïtief, categorisch. Fietsen door eene straat in verkeerde richting stoort alleen de orde. En de reactie is hypothetisch.
Tusschen dit fietsen en die moord bestaat, met betrekking tot het rechtsgevoel, een wezenlijk verschil. Al zijn er onmerkbaar veel overgangen van geringe overtreding tot wreed misdrijf.
De zoogenaamde strafrechtstheorieën beproeven rechtvaardiging van de straf voor het rechtsgevoel. Dat is: inpassing in het rechtsgebouw hiervan, dat de Staat als straffende overheid zelf doet, wat hij den onderdanen als wetgevende overheid verbiedt. Het is niet toevallig, dat opstellers van strafrechtstheorieën meer rechtvaardiging zoeken voor de bestraffing van misdrijven, bijzonder met den dood, dan voor bestraffing van overtredingen.
* *
*
1
) Hierover: ieder goed leerboek van Strafrecht. Binnenlandsch en buitenlandscfh: Van Hamel, Simons, enz.