142
vraag is, of de lagere rechter onrecht doet, indien hij zich in formeele en niet-formeele vragen niet nederlegt bij de beslissing van den H. R.
Hier dienen geen andere begrippen als: recht-onrecht, orde-wanorde.
En alleen met die begrippen dient de logisch-volgende vraag te worden gesteld en beantwoord: of de H. R. onrecht doet, wanneer hij van eene vaste bestaande rechtspraak afwijkt. Dan wel: of de H. R. slechts wanorde sticht.
Ook de schablonen-rechtspraak van Hoogen Raad en ,
lagere colleges is macht van orde over recht.
* *
*
Het volgende voorbeeld. Het verbod van eigen richting. Recht is ordelijk geweld. Eigen richting is onordelijk geweld. Van. het geweld-karakter van het Recht bemerkt men niet veel. Omdat in de meeste omstandigheden bedreiging met machts-middelen van den Staat reeds voldoende is. Toch zijn talrijke wetsbepalingen onmiddellijk dreigend met geweld. Ik noem: K. 402: aan boord brengen van schepen; Rv. 444: leggen van beslagen; Rv. 117: gijzeling van onwillige getuigen; Sv. 68, enz. gijzeling van onwillige getuigen in het strafproces.
Hieruit blijkt dadelijk het ordelijk gewelds-karakier van het Recht.