122
alsof dat een deel van de rechtswetenschap moest zijn. Dat is navolging van Duitsche schrijvers.1)
Ik weet door eigen ervaring, dat men die misleidende metafoor missen kan. Ik vraag nooit: „wat zijn de bronnen van het recht”? Maar ik vraiag: „hoe ontstaan de algemeene rechtsnormen?” (objectief recht). En: „hoe ontstaan de bijzondere rechtsverhoudingen?” (subjectief recht).
Maar wij bezinnen ons verder op het Woord van Prof. Krabbe, dat het rechtsgevoel de eenige bron is van het recht. Dit laatste woord nu opgevat als: het geheel der geldende rechts-normen.
Hoe ontstaan de rechtsnormen? Hierbij moeten twee accent-momenten worden onderscheiden, maar niet gescheiden. Ten eerste: het opstellen van eenen norm. Ten tweede : het be-amen van dien norm als een rechts-norm. Die onderscheiding ziet men het best bij het wetten-recht. Maar zij is ook zeer goed te maken bij gewoonte-recht en recht-spraak. De wet-gever stelt den norm op. En de onderdanen be-amen hem. En eerst daarna is de norm tot een rechtsnorm geworden. Als men dus beslist de metafoor „bron” wil blijven gebruiken, dan moet men zeggen, dat het recht twee bronnen heeft: wet, gewoonte of jurisprudentie eenerzijds en het rechtsgevoel anderzijds. Het Woord van Prof. Krabbe is geen nieuwe rechts-