JACOB ISRAËL DE HAAN
gezeid: alle dominees bennen lelie1. En juffrouw nichie had wéér gezwegen...
Onderwijl praatte de tante van de kinderen met juffrouw Meks over 't opzetten van 'n was- en strijkzaak... asje 't allemaal met eigen volk dee, juffrouw Meks strijken en An wassen en Toos de boodschappen doen, dat kon best, de kinderen waren toch net zo goed als eige volk, en juffrouw Meks zeurpraatte mee, omdat 't nog maar half tien was en je voor tien uur, half elf toch niet met je boterhammen kon kommen.
Ik was uit de warmgeelrode intiemigheid van de huisjuffrouw geraakt en rustig onbeïntiemd luisterde ik naar 't geklaphannes van de man van huisjuffrouw, die met lachende keel-geluidjes een schuine mop vertelde en toen 't uit was pretschud-de hij innigjes en lachpraatte na: die was goed... was die goed of niet? En zacht meebewogen lachte ik ook en zei, dat 't 'n verdomd goeie mop was, maar 'n beetje te schuin... een prettige rust kalmde in de kamer, maar in enen boorde daar scherpjes de snerpstem van nichie doorheen, en plotseling weg weer; en de effen praatluiding niet meer bewogen.
Dan spichtspitste één schreeuw naar boven... het was van juffrouw Lepelaar:
- Hoe kan u dat nou zeggen, nichie?
En de schreeuwvraag werkte verbazing-luchtend en in-'t-ge-sprektrekkend. Zoals hij bedoeld was.
De tante van de kinderen keek slaapsoesend op... juffrouw Meks, die met de huisjuffrouw aan 't lieflachen was, keek ernstig, voelde haar plicht van gastvrouw. Het was heel stil, scherp-gespannen stil. En toen de stiltespanning op z'n strakst was, verklaarde juffrouw Lepelaar:
- Verbeel-je, daar gaat nichie zeggen, dat alle geschreven woord zondig is, en de Schrift dan... zeg dat eris eerst, de Schrift dan?
i. Gemene personen
84