pijpelijntjes
- Dat weet ik wel... maanden lang heb ik 't ingehouden, nou moet-ie dood... hij wordt bij 't Kalfje' in 'n zak met stenen gedaan... De Gooijer heeft alles bij zich... haal u 'm nou eindelijkjuffrouw Meks?
- Ik heb 'm verkocht en ik wil d'r geen spektakel over maken. .. maar 't is gewoon een gemene streek... ik zal 'm halen ...
In 't souterrain even schel hondengeblaf. De witte blafte blij, dat hij uitmocht en druk-springend kwam hij 't trapgat uit.
- Asjeblieft... daar hebt u u zin nou.
- De Gooijer doe 'm even de muilband om.
Een blaf, even een smoorkreet, dan klaar.
- Ziezo, en nou de lopende lus.
- U moet maar zien, dat u 'm meekrijgt... hij wil toch met geen mens mee...
- O, maar met ons wel, dat zal u d'ris zien.
Op straat de witte stijfstil, z'n dunne poten naar buiten wijd uit... z'n magere rug naar beneden gebogen.
- Ziet u wel, hij wil niet an 'n touw.
Maar de lus smoorde fijndicht om de dunwitte hals, en 't beest stond star-benauwd. Over z'n enkels striempatste een hondenzweep... slap viel hij neer.
Achter 't deurraampje stonden juffrouw Meks en ik en we keken er naar.
Maar plotseling lam-gelaten stond de witte op, en gedwee liep hij mee.
- Hij gaat waarachtig met m'neer Sam mee... misschien is 't geen ernst...
—Jawel.
Door een gelende lantaarncirkel liepen ze heen toen in don-
i. Uitspanning aan de Amstel, ten zuiden van Amsterdam
77