PIJPELIJNTJES
juffrouw, u moet er helemaal in, en 'm dan met twee handen tegelijk pakken.
- Dank-je wel... 't stinkt me te veel, juffrouw Meks, roep u 'm nou deris even, hij is toch aan u gewend.
- Schande genoeg om van 'n beest z'n gewennigheid misbruik te maken. Maar ze riep toch met hoogvlugge kipkipgille-tjes, één langgerekte eerst en dan vijf vlugge schreeuwtjes erachter. Tot hij kwam. Met de manke hinkepoot achter slepend. En bedaard tegen d'r bovenarm zat hij, z'n kop tegen z'n borst aan en dan even kakelend.
- Hoe doet u 't, snijdt u 'm z'n nekkie af? vroeg de huisjuffrouw lippetrillend, en haar wangen roodden kleurigerrood. Nek u 'm?
Heethevige lol begon in haar te broeien, dat die kip daar nou zo geslacht werd, en ze pretgierde twee keer:
- Nek u 'm... nek u 'm.
Sam kalmwaardig:
- Nee, 'k zal 'm z'n nek afsnijen met een flinke keep, en dan 'm laten uitlopen, dan zit d'r geen bloed in 't vlees... juffrouw Bramer, houdt u 'm nou effen vast...
- Ik... voor geen geld... dat is nou toch ook geen dameswerk, laat m'neer Driesse 't even doen...
Wit kippeding hield ik vast en het beefde... vleugels en poten bij mekaar in een hand en de dunne vleesplooi van 't fijne halsje in twee vingers van de andere. En Sam de kop vast; plukte de donswitte halsveertjes uit, dat de snijplaats roodjesbloedbevend openkwam. De huisjuffrouw lolbegerig keek ernaar en juffrouw Meks ook.
Toen sneed Sam hem. Het vleesrose snijplekje overvlekte bloedig, een kort angstklokje snikstootte uit de stukgekeepte keel. Sam smeet hem van zich af, een hoek in. De snee was niet diep genoeg, want kippebeest moeilijkte tegen een muur aan, en zat daar stil, even en even zacht klokkend, kapotte hals slap
in