wenkte. Het was zeer pijnlijk. En zij: ‘Ik dank u voor uw vriendelijke woorden.’ En ik: ‘Die bloedschuld opeist moge zich uwer ten goede herinneren; het is dikwijls toeval of lafheid, dat men niet tot moord komt.’ Zij: ‘Dank u, mijnheer.’ Wij scheidden. Ik heb haar naam niet gevraagd, ook niet aan de ambtenaren, omdat ik meende, dat dit haar aangenamer was. Daarna sprak ik met een politieke gevangene, wier naam ik wel weet: Nina Georgievna Chichlova. Zij was drieëntwintig jaar. Zes jaar is zij reeds in de gevangenis: op haar zeventiende jaar veroordeeld wegens deelneming in de moord op een politieke verraadster tot twintig jaar katorga, die vanzelf gevolgd worden door levenslange verbanning naar Siberië. Zij was een klein, tenger meisje. Zij dacht zelf niet, dat zij nog veertien jaar katorga-straf zou kunnen dragen. Zij was moedeloos: ‘Waarvoor leef ik nog? In het begin heb ik zoveel ik kon de andere gevangenen geholpen... dat doen wij allemaal... ik doe het nog. Maar ik geef het op. Veertien jaar katorga, en dan Siberië... wie er buiten staat, weet niet wat het is... ik was zeventien jaar, ik heb geen spijt. Verraders kunnen wij niet sparen, laat ik zeggen, evenmin als in het leger.’ Korte tijd daarna lachte zij verheugd toen ik zei, dat zij nog zo vlot Frans sprak na zoveel jaren. Zij vroeg mij een goed woordenboek: Russisch-Frans. Ik heb het in Riga gekocht: Makaroff. Van uit Holland heb ik het haar gezonden met enige Franse boeken. De ambtenaren in Moskou hebben mij verzekerd, dat boekgeschenken aan bijzondere gevangenen zijn toegelaten en verschillende gevangenen waren in het bezit van eigen boeken. Staatsraad Von Boetticher te St. Petersburg, waarnemend chef van de hoofdadministratie der gevangenissen, houdt het tegendeel staande. En een meisje van drieëntwintig jaar, dat zes jaar katorgastraf heeft doorgeleden en nog veertien jaar te lijden heeft voor het nieuwe leed in Siberië begint, zal haar boeken niet krijgen. Ik hoop zó, dat men mejuffrouw Chichlova tenminste heeft medegedeeld, dat de boeken gezonden zijn. Voor wij scheidden vroeg ik haar of ik iets voor haar kon en mocht doen. Ja: zij was uit Sebastopol naar Moskou overgeplaatst en nu waren haar boeken weg. Ze had daarover
93