zijn veroordeeld zonder rechtsgeding, dat wil zeggen, zonder dat zij zich konden verdedigen. Ik vraag mij af, hoe de Russische regeringsambtenaren, die mij thans met de meest bittere verwijten overladen, mogen eisen, dat ik anders en beter schrijf over een regering, die zich staande moet houden op deze wijze.
Ik kan om allerlei redenen geen volledig verslag geven van mijn onderhoud met de staatsraad Von Boetticher. Slechts dit. In de december-aflevering van De Beweging heb ik een brief gepubliceerd over mishandeling in de gevangenis te Orel. De daarin vermelde feiten zijn natuurlijk ook in Rusland bekend geworden door brieven van andere gevangenen. In de doema is naar aanleiding van die feiten geïnterpelleerd door de afgevaardigde A. T. Kerensky, een van de leden van de Werkliedenpartij.1 Ik vroeg de heer Von Boetticher naar zijn mening omtrent die brief. Hij antwoordde, dat iedereen wel zulk een brief schrijven kon. Ik wees erop, dat Iwan Korotkov mij voortdurend genoemd was als een gevangene, die wreed gegeseld was geworden en dat zijn naam nu ook weer in die brief werd genoemd. De heer Von Boetticher ontkende beslist, dat in Orel mishandelingen hadden plaatsgevonden. Hij gaf toe, dat Korotkov en anderen te Orel gegeseld waren, maar niet buiten de perken van de wet. Zij hadden de geselstraf volkomen verdiend en men was bij de geseling bijzonder humaan te werk gegaan. Ik deel deze mening van de heer Von Boetticher hier mee, maar acht mij geenszins verplicht haar te delen. De heer Von Boetticher gaat af op zijn ambtsberichten en vertrouwt daarop. Moest ik sterven, ik kan dat vertrouwen niet delen. Ik heb zelf een leugenachtige ambtsbrief gelezen aan de heer Von Boetticher.
125
1
De Russische Werkliedenpartij heeft een program, veel gelijkend op dat van de Engelse Labour-partij. Zij telt in de tegenwoordige doema io leden op ongeveer 450. In de praktijk gaat de Werkliedenpartij veelal samen met de sociaal-democraten, die 16 leden hebben.